Interview met Nicolas Provost

De glinsterende pixels van Nicolas Provost - een interview over exotische Belgen en de kracht van taalfaciliteiten

De man achter ondermeer festivalfavoriet Exoticore is nog niet zo lang terug van Noorwegen. We hadden een gesprek met hem in de Tim Van Laere galerij, waar hij in mei 2005 zijn 'Cinematics' tentoonstelling had lopen. Provost gebruikt woorden als ‘magie’ en 'mysterie’ maar toont zich ook een bewust én loyaal kunstenaar die ons een blik gunt op de werkprocedures die zijn universum van fotostills en video tot stand brengen.

Waarom ben je uit Noorwegen teruggekeerd naar België?

Deels uit frustratie omdat het daar als buitenlandse kunstenaar zo moeilijk was om ernstig genomen te worden, vooral als je met film in de beeldende kunsten werkt. Daar moet je installaties maken. Het was gewoon tijd om aan een nieuw hoofdstuk te beginnen.

Belgische artiesten klagen soms dat het moeilijker is om in eigen land erkenning te krijgen dan in het buitenland. Ervaar je dit ook zo? Helpen je prijzen op internationale festivals hier niet een handje?

In België heb ik met festivalprijzen wel wat media-aandacht gekregen in de kranten, maar als je met audiovisuele media werkt, word je eigenlijk niet serieus genomen zolang je geen langspeelfilms maakt. Tenzij je binnen het discours van video en beeldende kunst gaat werken. Ondertussen is er nu wel een generatie met kunstenaars zoals Douglas Gorden en Stan Douglas die de relatie tussen film en beeldende kunsten in vraag stellen. Meer en meer jonge kunstenaars gaan die toer op sedert de digitale revolutie. Dat is een normale reactie op de overvloed aan audiovisuele producten die op ons worden afgevuurd.

De sentimentaliteit die je in je werk oproept, is toch zeer duidelijk een 'publiekstrekker' uit de wereld van de zevende kunst...

Het is zeker iets waar ik mee speel. In 'Yellow Mellow' heb ik een danser in leeuwenpak in het koninklijk park van Oslo laten rondlopen, dronken en met liefdesverdriet. Voor mij is dit werk een gedichtje. Anderzijds wilde ik aan de mensen ook tonen waarom dit hen raakt. Door de combinatie van een schattig maar triestig personage met sentimentele muziek krijg je een bepaald emotioneel effect. Ik wil tonen hoe dat werkt. De truc bestaat er natuurlijk in daar zo mee te werken dat het juist niet pathetisch wordt. Ik vind het zo spannend om met die grens te spelen en te kijken hoever je kunt gaan. In de montage moet je maar een paar zaken verschuiven en je bent over die grens.

In 'Papillon d'amour' en 'Bataille' gebruik je samples uit films van Kurosawa, is de filmgeschiedenis meer dan een inspiratiebron?

Ik werk met zijn films uit respect maar ik heb uiteindelijk gewoon zijn beelden gebruikt om mijn eigen film te maken, dat is een stap verder. Ik gebruik zijn thema's niet als referentie.

Hoe komt het dat je videofilms zowel in filmzalen als galeries vertoond worden?

Ik heb altijd als een beeldend kunstenaar gewerkt. Ik zie mijn werken gewoon als schilderijen, en daarom hang ik ze ook in dat formaat zeer klassiek aan de muur. Ik stond er van versteld dat ze uiteindelijk ook goed werkten binnen het cinemacircuit, hoewel dat niet mijn eerste doel was. De films maakten een wereldtour langs de festivals en hebben allemaal hun plaats gevonden.

Betekent deze expositie in een galerie meer voor jou qua naambekendheid en erkenning dan het feit dat je films op internationale filmfestivals getoond worden?

Geen idee, voor mij is het ene niet belangrijker dan het andere. Misschien wordt je vlugger populairder via de filmwereld, maar met een goede galerij als die van Tim Van Laere werken is niet minder belangrijk. Vooral als je samen iets kunt opbouwen op lange termijn. Persoonlijk vind ik dat de films, na en tijdens een festival leven, nu eindelijk thuis zijn waar ze horen, in de gallerij. Maar ze blijven een parcours afleggen op verschillende platforms. Dat is het voordeel van een audiovisueel werk.

<p class="tussentitel" "="">Kun je nog iets vertellen over je nieuwe project 'Spirits United' waarvan we nu al een voorsmaakje krijgen aan de hand van de tentoongestelde stills?

Ik heb ze op zilverpapier geprint omdat ik wou dat de stills evenveel leven als de films. Het daglicht in het zilver zorgt ervoor dat het beeld voortdurend verandert. Het is belangrijk in mijn werk om het juiste materiaal te vinden die bij mijn universum past. Al zijn het de juiste LCD-schermen. Bij die found footage films ga ik maanden op zoek naar de juiste filmfragmenten en geluiden om mijn wereld te creëren. Tijdens de reizen naar aanleiding van de filmfestivals in Rio, Taiwan, Ijsland, Los Angeles en Slovenie ging ik 's nachts op zoek naar obscure plaatsen en magische beelden. In mijn werk zijn horror en erotiek heel belangrijk, iets dat normaal is als je met mysterie werkt. Ik ben daarmee begonnen twee jaar geleden in Burkina Faso waar ik de still 'Surrender' ook vandaan haal. Ik had er de cultuurshock van mijn leven, heb daar twee weken als in een trance geleefd en tweemaal voor mijn leven gevreesd! Toen ik terug thuis was en de beelden bekeek kon ik mijn ogen niet geloven. In Rio en Taiwan ben ik naar de prostitutiebuurten getrokken. Ik weet wel dat dat kitscherig lijkt maar in die donkere warme buurten vind ik tristesse waaruit ik schoonheid probeer te halen. Ik kon mijn gids in Rio pas na lang aandringen overtuigen om me naar Villa Mimosa te voeren, een notoire prostitutiestraat waar zo'n 500 tot 1000 naakte hoeren stonden. Het was daar enorm gevaarlijk en haast onmogelijk om je camera boven te halen. Na lang onderhandelen met verschillende pooiers hebben we uiteindelijk de toestemming gekregen om in een bordeel te mogen filmen, en ik moet zeggen dat mijn camera die twee uur geen moment heeft afgestaan, en dat hij nog nooit zo blij is geweest (lacht)! Dat was echt zo schoon, spiernaakte vrouwen die daar met hun kont stonden te dansen op harde samba techno terwijl de dj’s met extreme distortion door hun micro's stonden te schreeuwen.

 

Sarah Késenne