Achttien

Nick groeit op in een jeugdinstelling en wordt volgende week achttien. Dat wil zeggen dat hij vanaf dan financiële ondersteuning krijgt om alleen te gaan wonen. Plots neemt zijn moeder opnieuw contact op. Zal hij haar een nieuwe kans geven?

Awards & selecties

  • Kortfilmfestival Leuven 2020

Tags

08.12.2020 Florian Saerens

In hun tweede kortfilm zetten Dimitri Baronheid en Olivier Lambrechts de zeventienjarige Nick centraal. Door een gebroken gezin en een afwezige moeder dient hij z’n eigen weg te vinden in een jeugdinstelling. Goed loopt dat niet. De jonge kerel verstopt zich achter een macho-imago en barst regelmatig uit zijn vel. Hij weet geen blijf met zijn gevoelens, ook al probeert het CLB hem hier in bij te staan. Maar nu Nick bijna zijn achttiende verjaardag viert, en de financiële middelen krijgt om alleen te wonen, zoekt zijn moeder opnieuw toenadering.

De lens bijt zich vaak vast in het gezicht van Nick en daagt hem uit om uit z’n voegen te barsten.

Lambrechts en Baronheid tonen zich subtiel meester in het counteren van dat emotionele en hypermannelijke onvermogen van hun protagonist. Dat doen ze met een intiem spel van aantrekken en afstoten tussen hem en zijn moeder. Het camerawerk van Pieter Van Campe danst op dat spanningsveld door ongemakkelijk dicht op de personages te filmen. De lens bijt zich vaak vast in het gezicht van Nick en daagt hem uit om uit z’n voegen te barsten.

Zowel Nick als de beeldvoering vinden de nodige ademruimte wanneer zijn moeder ten tonele verschijnt. Er valt een rust over de scènes, zonder daarmee de ouderlijke schuld die haar treft uit de weg te gaan. Zo slowen ze ongemakkelijk op een nummer van De Kreuners tijdens een spelletje bowling of wordt de belofte dat ze hem zal leren roken al grappend gemaakt. Je ziet hoe hij zwijgzaam snakt naar een moederfiguur.

Ook qua dialectiek weten ze dat gevoel van een ouderlijk falen goed te vatten, al zit daar niet meteen de sterkte van het scenario. Het zijn vooral de scènes waarin Nick met zijn beste vriend Amin optrekt die er voor ons bovenuit springen. Binnen die kleine gesprekken voeren de regisseurs een straattaal op die verder kijkt dan de clichématige oppervlakkigheden van coming-of–age verhalen. Dat klinkt tegenstrijdig, aangezien slang zelf een gevoel van onechtheid bevat, maar als het werkt dan werkt het.