The Terminal

Genre: Drama | Duur: 2u08 | Release: 15 September 2004 | Land: | Regie: Steven Spielberg | Cast: Tom Hanks, Stanley Tucci, Chi McBride, Diego Luna

Van een prent waarvan de synopsis in één zin samen te vatten is (asielzoeker leeft op luchthaven) vermoed en hoop je dat een regisseur als Steven Spielberg met zijn talent en ervaring meer weet van te maken. We moeten echter lichtelijk ontgoocheld vaststellen dat The Terminal even naïef en simplistisch is als hij op het eerste gezicht lijkt.



Hanks speelt Victor Navorksi, een inwoner van de (fictieve) staat Krakosia. Bij zijn aankomst op de luchthaven van New York, blijkt er in zijn thuisland een oorlog te zijn uitgebroken, waardoor het land politiek gezien niet meer bestaat. Navorksi kan Amerika dus niet in en wordt in de transitzone gedropt. Zijn verblijf daar zal er een van lange duur worden.



Niet alleen geeft dit verhaal Hanks - met een eeuwige Oscarmogelijkheid in het achterhoofd - de kans het klassieke 'fish-out-of-water'-patroon in te vullen met een meelijwekkende Forrest Gump-variant, hij kan er ook zijn komische talenten in kwijt door het gestuntel en de taalproblemen van zijn personage in de verf te zetten. Alleen vormt dat voor ons al meteen het grote struikelblok van deze film. Het gegeven is best realistisch, maar het hoofdpersonage niet. Hollywood beschouwt de gemiddelde Oostblokbewoner blijkbaar nog steeds als wereldvreemd en onderontwikkeld, getuige de vele scènes waarin Navorski geheel niet beseffend wat hem overkomt allerlei idioots doet op de luchthaven. Hoe groot is de kans nog dat in deze tijden iemand geen woord Engels begrijpt (ook al is het iemand uit het Oostblok?). Waarom kon het hoofdpersonage niet per toeval een academicus of zakenman zijn? Dat Navorksi in kamerjas - wie neemt zoiets nu mee op reis? - door de terminal wandelt of zijn koffer op de roltrap legt terwijl hij zelf met de trap gaat, is te belachelijk om geloofwaardig te zijn. Dat hij allerlei manieren zoekt om aan zijn basisbehoeften te voldoen, doet daarnaast vaak denken aan Cast Away, maar men negeert voor het gemak de eenzaamheid, radeloosheid en angst die met zulke situatie ongetwijfeld gepaard moeten gaan.



Maar als Navorksi geen schlemiel zou zijn, viel er niets te vertellen natuurlijk. Scenarist Andrew Niccol (wiens The Truman Show hier lichtjes wordt aangehaald in de scènes waarin Navorksi door het bewakingspersoneel via camera's in de gaten wordt gehouden) heeft een gimmick bedacht - nou ja, gebaseerd op een feit - en enkel de debiliteit van zijn protagonist laat toe die vondst uit te rekken. Verder valt er niets aan te vangen met het verhaal. Tussen Navorski en een wel zeer bevallige stewardess (Zeta Jones, behoorlijk innemend) groeit iets moois maar onwaarschijnlijks, op maat van Flair-lezeressen.



De capriolen van Hanks moeten komisch opgevat worden, voor soapfans is er de pathetische tragiek en de melige ontwikkelingen tussen het personeel van de terminal (de Indiër met zijn bezems op de startbaan! De agent die Hanks zijn jas aanbiedt! Het geheim van Navorksi!), en voor de dramaliefhebbers zitten er voldoende confrontaties in tussen goed en kwaad. Het hoofd van de bewakingsdienst is Navorksi immers niet goed gezind en we zullen het geweten hebben. Kortom: een zootje, dat naast rommelig ook veel te zoetzemerig is om genietbaar te zijn. Spielberg weet niet welke kant hij uit wil, en The Terminal valt dan ook onder geen enkel genre te plaatsen.



Of toch: het is een reclamespot. Niet alleen voor United Airlines, en voor de vele merken en bedrijven die deel uitmaken van het reusachtige, indrukwekkende décor, maar ook en vooral voor Amerika! De voorstelling van New York als utopie is bij momenten haast misselijkmakend. Achter de deuren van de terminal ligt blijkbaar het Beloofde Land! Spielberg - een overtuigd democraat - zou volgens sommigen kritiek willen geven op de beperkte gastvrijheid van zijn land en de omslachtige diplomatieke procedures die de regering Bush tot stand heeft gebracht. Als je Spielberg heet en een politiek pamflet wil maken, kan dat wel wat indrukwekkender, me dunkt. Begrijp ons niet verkeerd: als Spielberg een feelgoodfilm wil maken, dan mag hij dat. En niet elk project moet een Minority Report zijn. Maar deze onbenullige film is een ware schandvlek op het blazoen van iemand die al minstens zes klassiekers op zijn naam staan heeft! Wat een verspilling.

Sven De Schutter Helemaal (niet) akkoord? Lees de

Let op: wanneer u verder gaat zit de kans er dik in dat het einde van de film verklapt wordt met alle gevolgen voor uw filmervaring vandien.

ik wil mijn pret bedorven zien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De stewardess dumpt Navorski omdat hij te puur en te goed is voor een vrouw als zij. Maar hun samenzijn heeft haar veel geleerd over haarzelf en ze zal Navorski nooit vergeten. De reden waarom Navorski zo graag naar New York wil: in het potje dat hij bij zich draagt zitten de handtekeningen van een xx-tigtal jazzlegendes, die hun signatuur ooit naar de vader van Navorski stuurden. Die pa is nu dood en Navorski maakt er een erezaak van die ene ontbrekende muzikant (Benny Golson) alsnog om een handtekening te gaan vragen. Tenslotte is de oorlog in Krakosia voorbij en mag Navorski terug keren. Als hij toch nog naar New York wil, zal de politie zijn vrienden oppakken, onder wie de Indische schoonmaker die zijn land lang geleden ontvluchtte omdat hij er een moord pleegde. Hoewel dit een bijzonder onsympathieke egoïst is, wil Navorski niet dat zijn geluk de vrijheid van de man in de weg staat, en hij laat zich terug naar zijn land voeren. De Indiër hoort er echter van en stelt een wanhoopsdaad. Met zijn borstel in de hand werpt hij zich voor het vliegtuig, waardoor de vlucht wordt uitgesteld. Navorski beseft dat iedereen wil dat hij New York betreedt. Hij rept zich naar de uitgang, met in zijn kielzog alle winkeliers en personeelsleden van de luchthaven (die hun werk laten staan) en hem overladen met geschenken. Om een of andere reden is hij hun held geworden. Maar aan de uitgang staat bewaking. Navorksi moet zich omdraaien en de handen uisteken, klaar voor de handboeien. Maar oom agent is de kwaadste niet: hij wil enkel zijn jas om de schouders van Navorski slaan, want "het is koud in New York!". Navorski rept zich naar een hotel waar de jazzman optreedt en krijgt tenslotte zijn handtekening.