Interview met Bram Smeyers en Peter Missotten

Het grote ongelijk van Einstein -Interview met Bram Smeyers en Peter Missotten, regisseurs van de Vlaamse cultfilm, The Cutting The Cutting was te zien op het festival van Gent in 2001. De bizarre, filosofisch aandoende Vlaamsgesproken maar Engels ondertitelde thriller-horror-lachfilm had me in zijn greep. Uitgelachen door mijn collega's die de film absoluut niets vonden zocht ik heil bij mensen die mijn visie onderschreven, want The Cutting is wel degelijk een fantastische film, je moet er gewoon even bij nadenken.

 

Frank Moens

 
Oscars 2001

"This is the highlight of my day": zo begon Kevin Spacey zijn obligate dankwoord nadat hij de oscar voor de beste mannelijke hoofdrol uit de handen van Gwyneth Paltrow kreeg. In tegenstelling tot vorig jaar waren het dit jaar wel noemenswaardige films die met de hoofdprijs gingen lopen. Het geheel begon met enkele leuke beelden van de "arrivals at the red carpet" en omstreeks half vier kon het spektakel beginnen. Zo'n dikke 4 uur later zou pas het doek vallen. Een nieuw millennium en een nieuwe wind waaiden door de oscars. Voor de goede gang van zaken zorgde dit jaar het Amerikaanse producentenkoppel Richard D. en Lili Fini Zanuck. Bij wie die naam geen belletje doet rinkelen eventjes de volgende tips: Jaws, Driving Miss Daisy, Rush, Mulholland Falls. Het zou een korte en dynamische uitreiking moeten worden. Dat eerste kon je al meteen schrappen. Zelden waren de acceptance speeches zo lang. En Warren Beatty brak zowat een record. Hij kreeg de Irving Thalberg Memorial Award voor zijn carriere. Lange tijd zag het ernaar uit dat Warren in zijn dankwoord iedereen zou bedanken die hij ooit tegen het lijf liet. De frisse wind kwam vooral van Billy Crystal die nog maar eens liet zien dat niemand de oscars beter in handen heeft dan hij. Na Woopy Goldberg vroeger waren we weer blij Crystal zijn kop te zien. En zoals het Billy Crystal past, was zijn entree wederom fenomenaal. De regie was dat ietsje minder. Tijdens de dankwoorden werd meerdere malen de verkeerde kop bij de verkeerde naam gezet. Maar daar let enkel een beroepsgek als ondergetekende op. Vooral de videomontages in plaats van de ellelange dansnummers waren welkom. Een 15 minuten durende medley met de grootste filmhits was echter ook weer niet nodig. Vooral de occasionele blik achter de schermen was leuk maar ook niet mee dan dat. De uitslag van de oscars was eigenlijk enkele dagen geleden al bekend. De Wall Street Journal hield namelijk een kleine poll bij enkele Academy-leden. En de krant zat er niet ver naast. Niet dat dit meteen verrassingen met zich meebracht. Zoals verwacht ging American Beauty lopen met de Oscar voor de beste film, beste regisseur, beste acteur en beste orgineel script. En laten we de oldtimer Conrad L. Hall niet vergeten? Hij zorgde voor het camerawerk en werd ook hiervoor bekroond. Als er dan al verrassingen waren dit jaar dan kwam die wel van The Matrix. Die sleepte zowat alle technische prijzen in de wacht, dus FX, Geluidseffecten, Geluid en Montage. Het gevolg was dat Star Wars, Episode I: The Phantom Menace in de kou bleef staan. Niemand die daar echter een traan om liet. Eerlijk is eerlijk en The Matrix was beter dan Star Wars. Wat niet zo moeilijk was. Eventuele tweede verrassing was de Oscar voor Hilary Swank in Boys Don't Cry. Zij zorgde ervoor dat de hoogzwangere Annette Bening niet van haar stoel moest. De Italiaanse Roberto Benigni mocht haar de oscar overhandigen. Dit jaar hield hij zich echter gedeisd omdat de organisatoren hem uitdrukkelijk hadden gevraagd van het meubilair te blijven, aldus Benigni. Geen klimpartij over de stoelen dus. De Oscar voor de Beste Buitenlandse Film was voor onze persoonlijke favoriet: Todo Sobre Mi Madre van Pedro Almodovar. Hij kreeg de prijs uit handen van Antonio Banderas. We zullen het maar toeval noemen. De oude rot in het vak Michael Caine mocht voor zijn rol in The Cider House Rules de Oscar voor de Best Mannelijke Bijrol afhalen. En ook dit was weer geen verrassing. Zijn acceptance speech was dat wel. Hij noemde zichzelf geen winnaar en vond het leuk dat het vroegere "and the winner is" vervangen werd door "and the oscar goes to". Hoewel dat in principe uiteraard wel hetzelfde betekent. Maar laten we niet te negatief denken, Michael Caine blijkt met beide voeten op de grond te staan. De oscar voor de Beste Vrouwelijke Bijrol was voor Angelina Jolie, die meer dan behoorlijk was in Girl, Interrupted. Niet de meest smakelijk onderwerpen op deze oscaruitreiking dus. Vorig jaar was de grote winnaar het afgeborstelde humor/drama Shakespeare in Love, dit jaar het ruwe American Beauty. De thema's van de film liegen er niet om: pedofilie, drugs, homofobie, nazisme etc. The Cider House Rules stelt de abortusproblematiek centraal. Pittig detail tijdens de uitreiking stonden enkele honderden demonstranten voor The Shrine Auditorium te protesteren tegen de nominatie van The Cider House Rules. Een film die volgens de tegenstaanders van abortus voor abortus pleit.

Fashion

Uiteraard was er ook dit jaar weer heel wat fashion te zien op de rode loper. De meest in het oog springende outfit was, althans voor de mannen, Cameron Diaz. Zij was wel heel luchtig gekleed en deed daar uiteraard geen doekjes om. Eveneens luchtig gekleed was Drew Barrymore die hopelijk niet veel moest betalen voor het jurkje want vooral aan de achterzijde ontbrak heel wat stof. De pushup bra is weer helemaal in. Getuigen het grote aantal boezems dat duidelijk naar de vrijheid snakte. Meerdere malen keek de toeschouwer in de huiskamer uit naar de uitvinding van 3D-tv. De vrouwen konden zich dan weer vergapen aan Trey Parker en Matt Stone, de makers van South Park. Vooral Stone leek eerder op een pimp die de weg naar Sunset Blvd. zocht dan op een uitgenodigde gast. Verder was er uiteraard Brad Pitt die menig vrouwenhart sneller deed slaan. Jammergenoeg kwam hij tijdens de uitreiking niet in beeld. Russel Crowe dan weer wel maar de vraag of die vrouwenharten sneller doet slaan kunnen we vrij snel negatief beantwoorden. Het feit dat hij tijdens die 4 uur niet 1 maal glimlachte zal er ook wel mee te maken hebben. Reden tot lachen was er nochtans wel vooral toen Cher bijna op haar gezicht ging in een jurk die totaal niet bij haar imago hoorde. Maar het is afgelopen. Hopelijk is het volgend jaar ietsje spannender want dat was deze uitreiking zeker niet. Ook de urendurende speeches mogen achterwege blijven. Geef Billy Crystal toch gewoon een one man show en dan kijken we nu al vol ongeduld uit naar de 73ste editie.

 

Frank Moens

 
Klassieke filmscènes (I)

Goeie cinema blijft hangen. In dit artikel presenteren we u tien memorabele momenten uit de filmgeschiedenis. Het betreft geenszins de tien meest memorabele momenten -dat zou onzinnig zijn. Het zijn gewoon tien willekeurige momenten die de cinema in al haar kracht en schoonheid laten zien. Het zijn momenten die in een flits meer zeggen dan duizend woorden ooit zouden kunnen, van die beelden die voor altijd op je netvlies gebrand zijn en die je voor altijd met je mee zult dragen. In deze selectie hebben we geprobeerd om de wat minder bekende cinemamomenten aan het voetlicht te brengen, in de hoop dat deze de erkenning krijgen die ze verdienen. Dus in deze lijst zult u geen Casablanca, Apocalypse Now of Titanic aantreffen, omdat we hopen dat iedereen die legendarische momenten al kent. Dat wil geenszins zeggen dat we voor het obscure of afwijkende gegaan zijn. Wat volgt in een selectie van filmscènes waarbij speciale aandacht ging naar een harmonieus samengaan van vorm en inhoud. Omdat veel van de geselecteerde fragmenten eindes van films bevatten en bovendien belangrijke plotinformatie gegeven moest worden, kunnen de stukjes spoilers bevatten voor mensen die de films nog niet gezien hebben. 1. Dishonored (Josef von Sternberg, 1931) Als de films van Josef von Sternberg, zoals Gaylyn Studlar claimt, gedomineerd worden door de masochistische esthetiek dan is de tweede film die Von Sternberg samen met Marlene Dietrich voor Paramount maakte, Dishonored, de culminatie van deze esthetiek. Net zoals het masochistische universum van Leopold von Sacher-Masoch (Venus in Furs) staan ook de films van Von Sternberg in het teken van aspecten als verloochening, hypersensualiteit, wisselende geslachtsrollen, fetisjisme en het uitstellen van bevrediging. In Dishonored speelt Dietrich een geheim agente die, zoals ons aan het begin van de film wordt medegedeeld, de beste geheim agente van de wereld had kunnen zijn -was ze geen vrouw. Omdat ze uiteindelijk weigert het landsbelang boven haar eigen belang te stellen, wordt ze door haar land ter dood veroordeeld: ze zal sterven voor het vuurpeloton. Maar omdat de masochist plezier vindt in pijn is de doodswens het hoogste, meestal onbereikbare ideaal -Dietrich gaat haar dood dan ook letterlijk met opgeheven hoofd tegemoet. Hiermee gaat ze dwars tegen de patriarchale maatschappij in, door haar ultieme straf, de dood, niet alleen te accepteren, maar zelfs te verwelkomen. Von Sternberg is echter geen sadist, zoals Lars von Trier zich opwerpt in bijvoorbeeld het einde van Dancer in the Dark, hij is juist een masochist en volgens Deleuze zijn het masochisme en het sadisme twee tegenovergestelde, onverenigbare werelden. De uitvoering van de doodstraf is Von Sternberg op de toppen van zijn kunnen: sensuele belichting, feestelijke kostuums, erotische close-ups en zijn typische koude afstandelijkheid. Maar het erotiseren van de doodstraf van Marlene is natuurlijk nog niet genoeg voor Sternberg, hij is de ultieme masochistische estheet. Want net zoals de masochist plezier vindt in het uitstellen van het ultieme genot (het orgasme), daar stelt Von Sternberg de doodstraf zo lang mogelijk uit: niet alleen door de vele spanningsopbouwende close-ups, maar ook door de officier eerst weg te laten lopen, omdat hij weigert een vrouw dood te schieten. Uiteraard wordt deze gewoon vervangen door iemand met minder scrupules, maar dat geeft Dietrich wel de gelegenheid om nog even wat lippenstift op te doen en haar panty op te trekken alvorens ze wordt doodgeschoten, alsof ze een date heeft met een leuke kerel. Marlene Dietrich die een date heeft met de dood, zoiets kan alleen in het perverse universum van Josef von Sternberg. 2. Stella Dallas (King Vidor, 1937) Barbara Stanwyck speelt in deze film de rol van Stella Dallas, een ontzettend goedbedoelende, maar ook wat naïeve en wereldvreemde vrouw. Als de relatie met haar man in het slop geraakt is, is de allesoverheersende liefde voor haar dochter het enige wat het leven haar nog te bieden heeft. Als vervolgens duidelijk wordt dat Stella haar dochter niet de plaats in de high society kan geven die haar man wel kan bieden, besluit ze in een moment van ultieme zelfopoffering haar dochter bij haar vader te laten wonen. Omdat dochter moeder niet verlaten wil, pretendeert Stella dat ze haar dochter niet meer wil, zodat die haar kansen bij haar vader en diens milieu wel moet grijpen. Als Stella leest dat haar dochter gaat trouwen, is het haar lot dat ze deze trouwerij van buitenaf, in de regen door een raam kijkend, moet meemaken. Regisseur King Vidor laat op indrukwekkende wijze het drama voor zich spreken, zonder onnodige kunstgrepen om de emoties overdadig uit te wringen: met ingetogen muziek op de soundtrack toont Vidor ons enkele prachtige close-ups van een indrukwekkend acterende Stanwyck als ze naar haar trouwende dochter kijkt; na enkele momenten wordt ze door een politieagent gesommeerd om weg te gaan, wat ze ook doet. Met een subtiel tracking shot toont Vidor dat Stella wegloopt van het raam, weg van haar dochter, weg van alles wat ze eigenlijk nog had, om uiteindelijk te eindigen met een lichte glimlach op Stella?s gezicht. Want ondanks dat Stella zelf helemaal niets meer heeft, weet ze dat haar dochter gelukkig is en deze wetenschap is voor haar voldoende om zelf ook gelukkig te zijn. Met dit ultieme eerbetoon aan zelfopofferende moederliefde zal geen fatsoenlijk mens de ogen droog kunnen houden. 3. Force of Evil (Abraham Polonsky, 1948) Deze film gaat over een advocaat die ervoor pleit om allerlei kleine bedrijfjes samen te laten gaan in een groot bedrijf, terwijl zijn oudere broer juist zo?n klein bedrijfje heeft en zijn zelfstandigheid wil behouden. Dat de film geschreven en geregisseerd is door de Marxistische Abraham Polonsky is zelfs uit de korte synopsis op te maken en Force of Evil is dan ook een directe aanval op het kapitalistische systeem. Deze thematiek wist Polonsky te vatten in één iconisch shot, waarin John Garfield te zien is als hij over een compleet lege Wall Street loopt - het symbool bij uitstek van het Amerikaanse kapitalisme- waarbij hij letterlijk een nietige figuur is tussen de enorm hoge gebouwen die dat kapitalisme vertegenwoordigen. Naast de symbolische lading die dat beeld met zich meebrengt, heeft het ook nog een andere interessante connotatie: de link die gelegd wordt tussen de film noir en de apocalyptische film. Want de locatie is normaal gesproken een plaats van constante bedrijvigheid en door Garfield volledig alleen op deze plaats te laten dolen lijkt hij moederziel alleen op de wereld, alsof hij de enige nog levende persoon op aarde is. Alsof de mensheid voor een keer niet uitgeroeid is door een of ander virus zoals in de apocalyptische film, maar door de morele leegte die zo typisch is voor de film noir. 4. A Star is Born (George Cukor, 1954) Deze Cukor is een remake van een David O. Selznick-productie uit de jaren 1930, maar het lijkt welhaast speciaal voor hoofdrolspeelster Judy Garland geschreven, zo sterk zijn de parallellen tussen deze film en haar persoonlijke leven. A Star is Born gaat over een zelfdestructieve Hollywoodacteur (gespeeld door James Mason) die in Garland een nieuw talent ontdekt, maar uiteindelijk zichzelf verliest in zijn eigen roem en alcoholisme -net de factoren die Garlands gehele carrière geplaagd hebben. Mason ontdekt het personage van Garland in deze film als ze haar song The Man That Got Away zingt. Ze brengt dit samen met een jazzband in een repetitie zonder publiek, maar Garland zingt het alsof haar leven ervan afhangt, met die bijna onnatuurlijke intensiteit die al haar werk kenmerkt. Het is allemaal gewoon net iets te veel, te intens en het is deze discrepantie tussen wat ?nodig? is en wat ze geeft die een groot deel van al haar persoonlijke problemen zou veroorzaken en hoewel deze problemen in de film naar het Masonpersonage getransporteerd zijn, is de vergelijking met Garlands echte leven overduidelijk. Daarnaast is de gehele uitvoering van het liedje door Cukor met één lange take in beeld gebracht, waarin zijn achtergrond als theaterregisseur ontzettend goed te zien is en waarmee hij acteurs de mogelijkheid geeft om, net als in het theater, momentum op te bouwen. Garlands intensiteit komt er ook bijzonder duidelijk naar voren. Het is een glorieus moment waarin Hollywood er in slaagt om daadwerkelijk iets over zichzelf en het leven te zeggen. 5.Imitation of Life (Douglas Sirk, 1959) Met deze remake van de gelijknamige John Stahl-film uit 1934 bezorgde regisseur Douglas Sirk de Universal studio destijds hun allergrootste succes. Het zou ook Sirks laatste film blijken en in zekere zin zou het de culminatie zijn van de hysterisch gestileerde melodrama?s waar hij in de jaren ?50 bekend om kwam te staan. Het complexe verhaal draait onder meer om een donkere huismeid die problemen met haar dochter krijgt omdat deze haar huidskleur weigert te erkennen en als blanke probeert door het leven te gaan. Haar moeder poogt dit tegen te gaan, maar maakt alles enkel erger waardoor de kloof tussen hen nog groter wordt. De moeder besluit vervolgens om haar dochter haar eigen leven te laten leiden en neemt officieel afscheid, waardoor ze echter wel fysiek volledig instort. Als de moeder uiteindelijk sterft door een gebroken hart krijgt ze een grootse begrafenis, waar haar dochter ten tonele verschijnt en ze zich, realiserende dat ze medeschuldig geweest is aan de dood van haar moeder, op de doodskist van haar moeder werpt, smekend om vergiffenis. Voor de concluderende begrafenisscène trekt Sirk letterlijk alle registers open en duwt hij zijn melodrama naar ongekend hysterische hoogten. Dit is des te opmerkelijker aangezien de rest van de film akelig koud en kil is, met Sirks gebruikelijke benadrukking van harde oppervlaktes en uiterlijk vertoon. De gehele film door beklemtoont Sirk de innerlijke leegheid van zijn personages in hun weelderige omgevingen, gepersonifieerd door de meest artificiële van alle Hollywoodsterren, Lana Turner, die in deze film een recordaantal juwelen draagt -een feit dat door de marketing zorgvuldig uitgebuit werd. Na twee uur lang alle onderhuidse spanningen kunstmatig opgekropt te hebben gehouden, komen alle emoties in de slotscène als een ontkurkte champagnefles ineens naar buiten -laat dat maar aan een zorgvuldig dirigent als Sirk over. Het resultaat is een artificieel gemanipuleerde variant van de Griekse tragedie waarin zowel emotionele catharsis voor de kijker mogelijk is als een overweldigend gevoel van aporie. Het grote publiek smulde ervan, maar voor de meer oplettende kijker overheerst een pijnlijk gevoel van radeloosheid. 6. Whatever Happened to Baby Jane? (Robert Aldrich, 1962) Baby Jane (Bette Davis) was een kindsterretje en kreeg zodoende alle aandacht, iets waar haar zus Blanche (Joan Crawford) moeilijk mee kon leven. Echter toen beide dames wat ouder waren, werden de rollen omgekeerd: Blanche kreeg alle aandacht en Baby Jane was het lelijke eendje. In een moment van razernij en jaloezie veroorzaakt Baby Jane een ongeluk waarbij Blanche in een rolstoel komt te zitten. Vanaf dit moment wordt de hulpeloze Blanche emotioneel geterroriseerd door haar zus. Dit is althans het beeld wat de gehele film oproept: de sympathie van de kijker wordt duidelijk constant bij de hulpeloze Blanche gelegd en Baby Jane, vooral dankzij de groteske rol van Bette Davis, wordt geportretteerd als een zieke en jaloerse figuur die haar zus nog niet het licht in de ogen gunt. Tot het moment op het einde van de film, op het strand, waar Blanche, fysiek en mentaal kapot gemaakt door Baby Jane, opbiecht dat zij juist degene is geweest die verantwoordelijk was voor het ongeluk en de daaropvolgende transformatie van Baby Jane van een onschuldig meisje in een grotesk wezen. Op dat moment komt de onschuldige Baby Jane naar de oppervlakte en in een bravoure performance zegt Bette Davis (in enorme close-up): Then you mean? all this time we could?ve been friends?? In één klap verandert Baby Jane van een van de meest groteske figuren in de cinema in een weerloos klein meisje, van dader tot slachtoffer. 7. The Naked Kiss (Samuel Fuller, 1964) Filmcriticus Manny Farber omschreef ooit als geen ander wat er zo goed kan zijn aan lowbudget filmmakers, in zijn essay ?Underground Films?: '[They] did their best shooting? from the deepest, worst angle? with material that is hopelessly worn out and childish? en daarin vond hij: ?the unheralded ripple of physical experience, the tiny morbidly life-worn detail, something hard and formful.? Hoewel The Naked Kiss nog gemaakt moest worden toen Farber zijn essay schreef, lijkt hij de film rechtstreeks te omschrijven, vooral het tweede citaat is rechtstreeks van toepassing op deze film. De beroemde opening van de prent kan gezien worden als de definitie van Sam Fullers esthetiek: vanuit een point of view-shot zien we een mooie vrouw met een naaldhak op de camera (en het publiek dus) inhakken, afgewisseld met shots waarin de man die ze aanvalt te zien is. Er is opzwepende jazzmuziek te horen en de schokkende handcamera geeft een gevoel van aanwezigheid en directheid. In het heetst van de strijd valt ineens het haar van het hoofd van de vrouw af en wordt duidelijk dat ze een pruik droeg en verder kaal is. Een wat conventioneler regisseur had eerst een establishing shot gebruikt waarin duidelijk was geworden wat de situatie is, zo niet Fuller. Hij gooit de kijker direct letterlijk middenin de actie en maakt ten volle gebruik van het verrassingseffect om zo de maximale emotionele impact uit de scène te halen. In zijn beroemde cameo in Jean-Luc Godards Pierrot le Fou gaf Fuller zijn visie op film: ?Film is like a battleground - love, hate, action, violence, death. In one word: emotions. En zie! De (e)motion picture was geboren. 8. The Shop on Main Street (Jan Kadar & Elmar Klos, 1965) In deze klassieker uit de Tsjechische New Wave moet een man tijdens WOII tegen zijn zin in het winkeltje van een oude Joodse vrouw overnemen, iemand die nauwelijks in de gaten lijkt te hebben dat er überhaupt een oorlog gaande is. Tegen het einde van de film worden alle Joden getransporteerd naar een kamp en in een wanhopige poging om de oude vrouw voor dit lot te behoeden duwt de man haar een kast in om haar te verbergen. Deze actie blijkt later niet alleen onnodig geweest (de oude vrouw heeft vrijstelling gekregen), het blijkt bovendien bijzonder ongelukkig: de vrouw heeft de val niet overleefd. Op dat moment verandert de rol van de camera: van een passieve, observerende bijstander naar een actieve, veroordelende rol. De camera beweegt vrijelijk door de ruimte op zoek naar de man, die beseft wat hij gedaan heeft en uit pure schuld de camera probeert te ontwijken. Maar de blik van de camera (en dus die van het publiek) is onverbiddelijk en hoe vaak de man ook probeert weg te duiken, iedere keer weer vindt deze hem weer en confronteert ze hem met zijn schuld. In de zoektocht van de modernistische jaren 1960-kunstfilm naar vernieuwende vormen van filmische subjectiviteit presteert The Shop on Main Street het ultieme en slaagt het er in om pure subjectieve cinema te creëren waarin camera en personage een poëtisch geheel vormen. De man kan niet leven met zijn schuldgevoel en hangt zichzelf op. De film zelf eindigt echter op een iets minder depressieve noot, in een geste die in alles Felliniaans te noemen is: in een oogverblindend wit licht gaan de deuren van het winkeltje open en lopen de man en de oude vrouw in een idyllisch soort hiernamaals naar buiten. Kadar en Klos realiseren hiermee het potentieel van Federico Fellini, een potentieel dat de Italiaanse regisseur zelf uit het oog verloren is op het moment dat hij zo erg in zijn eigen illusie is gaan geloven. 9. A Woman under the Influence (John Cassavetes, 1974) De vrouw uit de titel is Gena Rowlands, de man is Peter Falk en de vrouw is onder de invloed van mentale instabiliteit. John Cassavetes heeft ooit eens gezegd: ?I have a one-track mind. That?s all I?m interested in: love -and the lack of it'en al zijn films zijn terug te leiden op die lijfspreuk, dus ook A Woman under the Influence. Het echtpaar Falk/Rowlands is vreselijk dol op elkaar maar niet in staat om dat te tonen en problemen ontstaan als de mentale instabiliteit van vrouwlief aan het licht komt in de emotionele breakdown-scène in de huiskamer, waarin Rowlands het uiteindelijk volledig verliest en ze opgenomen moet worden in een inrichting. De scène behoort tot de meest emotioneel doorwrochten momenten uit de gehele filmgeschiedenis, niet in de laatste plaats door de werkwijze van Cassavetes, de karakterregisseur bij uitstek. Hij had volledig lak aan traditionele regels op filmgebied en deed datgene wat nodig was om de diepste emoties uit het moment en zijn acteurs te halen -zélfs als dat betekent dat het beeld onscherp wordt of woorden maar half verstaan kunnen worden. De typische Cassavetes-scène duurt eindeloos voort, zonder duidelijke opbouw of doel en is vaak rommelig, gecompliceerd, onverwacht en gênant. Net zoals het leven dat is. Veel mensen vergeleken zijn films met jazzmuziek, vanwege het geïmproviseerde en spontane gevoel, het onevenwichtige tempo en dan ineens een volledig onverwachte solo die je in al zijn intensiteit van je stoel blaast. De scène draagt dit alles in zich en is een hartverscheurend stukje film waar vorm en inhoud een perfect huwelijk vormen en waarin Rowlands en Falk een nieuwe dimensie aan het begrip acteren geven. 10. In Einem Jahr mit 13 Monden (Rainer Werner Fassbinder, 1978) Erwin/Elvira ligt in rouwkleding in een verlaten kantoorpand. De belichting bestaat uit rode knipperende lichten. We vermoeden dat het nacht is. We horen iemand typen. Een man komt de kamer binnen met een krat en een touw en het wordt snel duidelijk dat hij zichzelf wil gaan ophangen. Elvira biedt de man brood, kaas en wijn aan, maar heeft alleen geen flesopener. De man natuurlijk wel, want dat is logisch als je zelfmoord gaat plegen. Ze eten en drinken wat en er volgt een existentiële verhandeling over het leven, zelfmoord, de wil om te leven en andere zwaarmoedige zaken. Uiteindelijk hangt de man zich gewoon op. Het is een ronduit bizarre scène uit Fassbinders meesterwerk In Einem Jahr mit 13 Monden uit 1978, een film waarin hij zijn voorliefde voor autobiografische prenten tot in het extreme doorvoert. De beschreven scène draagt verhaaltechnisch niets bij aan de film maar registreert toch enorm op emotioneel vlak, vooral als je weet in wat voor situatie Fassbinder de film maakte. Kort voor de opnames begonnen had zijn vriend zelfmoord gepleegd door ophanging en in een poging om dat gigantische verlies te verwerken besloot de workaholic Fassbinder om maar een film te maken, omdat films maken het enige was wat hij nog leek te hebben. Het resultaat was een ronduit schizofrene film, een film die van stijl naar stijl en van emotie naar emotie springt, een levend vat vol interne tegenstrijdigheden en waarvan de incoherentie een directe neerslag was van de emotionele verwarring die Fassbinder gevoeld moet hebben tijdens de productie. De zelfmoordscène is slechts een klein onderdeel van de film, maar met zijn directe galgenhumor en bijna klinische afstandelijkheid vreselijk memorabel. Fassbinder laat je lachen en huilen op hetzelfde moment, hij laat de hele wereld meevoelen in zijn pijn en maakt iedereen getuige van zijn eigen rouwproces, zoals het een ware emotionele exhibitionist betaamt. Maikel Aarts

 

Frank Moens

 
Interview met Prof. Ernest Mathijs

Horrorfilms - lichamelijkheid - censuur en het effect ervan

Professor doctor Ernest Mathijs studeerde in 1993 af aan de Vrije Universiteit Brussel af met een thesis over filmkritiek en de hedendaagse film, in 2000 doctoreerde hij over de referentiekaders gebruikt in filmkritiek toegepast op de films van David Cronenberg. Hij doceert aan het RITS en aan de VUB, is auteur van talloze artikels over de horrorfilm en is sinds kort medewerker van K.U.T. Tijd voor een interview dus

 

Frank Moens

 
Interview met Vincent Bal

Een stripfanaat uit de jaren '50 -Interview met Vincent Bal, regisseur van De Man van Staal

 

Filip Hermans

 
In Memoriam: Sir Alec Guinness

"An actor is an interpreter of other men's words, often a soul which wishes to reveal itself to the world but dare not, a craftsman, a bag of tricks, a vanity bag, a cool observer of mankind, a child, and at his best a kind of unfrocked priest who, for an hour or two, can call on heaven and hell to mesmerise a group of innocents." (Uit de proloog van Blessings In Disguise, van Alec Guinness)

Op 5 augustus 2000 overleed één van de beste acteurs die we ooit op het grote scherm hebben kunnen bewonderen. Sir Alec Guinness stierf op 86-jarige leeftijd aan leverkanker en laat een schat aan legendarische films achter. Mede omwille van zijn gereserveerdheid, een eigenschap die men in Hollywood verafschuwt, bleef deze Engelse gentleman vrijwel onbekend voor de huidige filmgeneratie.

Alec Guinness de Cuffe zag voor de eerste maal het daglicht op 2 april te Marylebone, Londen. Tot op heden hangt er een mysterieuze waas over de geboorte van Guinness. Op vijfjarige leeftijd trouwt Alecs moeder met een legerbevelhebber genaamd David Stiven en voortaan ging hij door het leven als Alec Stiven (een naam die hij prefereerde). Guinness behoudt echter heel zijn leven een gezonde nieuwsgierigheid naar zijn echte vader.

Reeds in z'n schooldagen besteedde Guinness ruime aandacht aan het acteren. Hij voorzag zijn klasgenootjes van zelfgeschreven verhaaltjes die hij opvoerde. Als copywriter bij een reclamebureau leek Guinness aanvankelijk toch niet bestemd voor het witte scherm. Het was pas na acteerlessen dat Guinness enkele jaren later de toegang kreeg tot het gerenommeerde acteurgezelschap van John Gielgud. Vanaf dat moment stortte Guinness zich op zijn ware roeping en speelde hij zowel op de planken, op het witte doek als op het televisiescherm de pannen van het dak.

Guinness' ster begon pas echt te rijzen na zijn fenomenale vertolking van de Engelse kolonel Nicholson in de klassieker The Bridge On The River Kwai. Met deze dramatische vertolking triomfeerde Guinness op de Oscaruitreiking van 1957. Hij had zijn stempel achtergelaten, maar had nog veel meer in petto. Vooraleer hij echter schitterde op het witte doek was hij een gerespecteerd figuur in het theatermilieu en had hij reeds een groot aantal theaterstukken achter de kiezen. Tegen het begin van de Tweede Wereldoorlog schreef Guinness zich in bij de Royal Navy. Na zijn terugkeer maakte hij de overgang naar het witte doek.

Alhoewel Eversong (1934) zijn eerste film was (figurant), maakte hij als Pocket in Great Expectations (1946) van David Lean zijn echte filmdebuut. Twee jaar later volgde opnieuw een project met David Lean, getiteld Oliver Twist (1948). Dan volgde een breuk in de samenwerking, maar deze zou later op een spetterende manier terug worden opgenomen. Na een reeks komedies pakte Guinness uit met zijn eerste Hollywood-film, The Swan (1956), naast de bloedmooie Grace Kelly. Dit luidde een succesvolle 'Amerikaanse' carrière in die startte met The Bridge On The River Kwai.

Guinness was niet enkel een begenadigd acteur, maar ook een fervent schrijver, wat hem in 1958 een Oscarnominatie opleverde voor het beste scenario voor de satire The Horse's Mouth. Voortaan was Guinness enkel nog te zien in grootse produkties, zowel van Engelse als van Amerikaanse makelij. Het is in dit schouwspel dat het dynamische duo Lean-Guinness terug zijn intrede maakte. Guinness was achtereenvolgens te zien in klassiekers als Lawrence of Arabia (1962), waar zijn komische talent komt bovendrijven, Doctor Zhivago (1965) en The Comedians (1967) met Elizabeth Taylor en Richard Burton.

Na enkele tegenvallende films in het begin van de jaren '70 besloot Guinness om mee te werken aan een project van een veelbelovende jonge knaap, namelijk George Lucas. De studio had al niet veel vertrouwen in Lucas' prent en ook Guinness dacht er zo het zijne van. In plaats van een hoge gage te vragen stelde Guinness zich tevreden met een percentage van de opbrengst indien de film succesvol zou blijken! Het gaat hier natuurlijk om de monsterhit Star Wars (1977) waarin Guinness de rol vertolkte van Jedi-Knight Obi-Wan Kenobi. Aan hem behoorde inderdaad de eer om voor de eerste maal de legendarische zin "may the force be with you" uit te spreken.

Ook in de twee sequels The Empire Strikes Back (1980) en Return of the Jedi (1983) maakte Guinness zijn opwachting. Ondertusen had hij in 1980 opnieuw een Oscar gekregen, meerbepaald de Honorary Award voor "advancing the art of screen acting through a host of memorable and distinguished performances". In 1984 volgde dan de laatste samenwerking met Lean voor de film A Passage To India. Dit betekende evenwel niet het einde van Guinness' filmcarrière, getuige zijn Oscarnominatie in 1989 voor Best Supporting Actor in de film Little Dorrit.

Naast de talrijke theater- en filmprodukties waagde hij ook zijn kans op het kleine scherm. Met Tinker, Tailor, Soldier, Spy en Smiley's People slaagde hij er ook in om de harten van de televisiekijkers te veroveren. Guinness vertolkte zoveel verschillende karakters - paus Innocentius III, Adolf Hitler, koning Charles I, de Britse premier Disraeli, keizer Marcus Aurelius, de Arabische prins Feisal, de brahmaanse professor Godbole - dat de meeste mensen wel Alec Guinnes kennen, maar hem niet zouden herkennen op foto. Het weekblad Time noemde hem terecht 'de grootmeester van het onzichtbare gebaar en het onuitgesproken woord'. Deze master of disguise of prince du mimétisme behoort zonder twijfel tot het beste wat de film heeft voortgebracht.

 

Sven Van Beirs

 
Dogma 95: de regels, de films

Naar aanleiding van het uitkomen van de derde Dogma film Mifune's Last Song verklaren we deze extreme vorm van filmen eens nader. De regels van Dogma 95 zijn 10 geboden; "een acte van zuiverheid in de film":

1/ Op de oorspronkelijk locatie filmen zonder externe decors

2/ De klank moet gelijktijdig met de beelden worden opgenomen, muziek die niet uit een aanwezige geluidsbron komt mag ook niet
3/ Alles moet uit de hand of de schouder worden gefilmd op de plaats van de actie.
4/Alleen gebruik van kleurenfilm zonder speciale belichting, alleen een lamp op de camera mag.
5/ Filters en trucages zijn verboden.
6/ Geen kunstmatige acties, een sterfscène moet dus van een echte stervende zijn, een moordscène van een ...?
7/De film is in de tegenwoordige tijd van NU gefilmd
8/ Ook verboden zijn de "Genrefilms"
9/ Er moet gefilmd worden in het standaard 35 mm formaat. 1
0/ De regisseur mag niet gecrediteerd worden.

 

"Ik zweer met te onderwerpen aan deze regels, bedacht en bevestigd door Dogma 95. Als regisseur wil ik mij onthouden van elke persoonlijke smaak. Ik beschouw mij niet langer als een artiest, en zweer om geen 'oeuvre' te creëren. Mijn belangrijkste objectief is de waarheid te achterhalen uit mijn personages, de omgeving en de actie. Ik zweer dat te doen met alle beschikbare middelen, met goede smaak en esthetische normen."
(Lars van Trier en Thomas Vinterberg, Kopenhagen, 13 maart 1995)

Elke film krijgt maar de stempel en het certificaat Dogmafilm na Goedkeuring, zoals hier voor The Idiots uit 1998.

 

Dogma95 .1: The Idiots 

Deze eerste Dogma95 film verraste iedereen, zodat deze direct enkel prijzen wegkaapte op diverse filmfestivals. Het waren de filmcritici die deze vorm van filmen positief aanvaarden. Het publiek vond het in het begin een must om deze filmvorm ook eens te bewonderen. Het ietwat vreemde verhaal gaat over een hechte groep mensen die het idiotisme beleven en onderzoeken tot in extremis, om zich zo af te zetten tegen de hedendaagse maatschappij. De Dogma stijl zorgt ervoor dat we bij het gebeuren betrokken zijn op een extreem dichte manier en zorgt voor een directe confrontatie met de lichamelijkheid van de Idioten.

 

Dogma95 .2: Festen 

 

Deze film was een nog groter succes, en ook hier leende zich het verhaal om in de Dogma95 regels gefilmd te worden. Nu was ook het grote publiek geïnteresseerd en de verschillend nominaties en prijzen liegen er niet om. De storende camerabewegingen die we in The Idiots nog hadden vielen nu niet zo meer op, en ook de ruwe en korrelige beelden waren door een uitgekiende camerastandpunt ook zo niet meer over- en onderbelicht. Het verhaal is het ultieme verslag van een familiefeest dat uitdraait op een complete ramp, ook hier door de directe benadering wordt je onherroepelijk meegesleurd in de rauwe maar erg realistische emotionaliteit.
Lees de recensie.

 

Dogma95 .3: Mifune

Hier zijn de Dogma 95 regels nog minder duidelijk te zien, het lijkt wel een gewone film. Het verhaal gaat over Kersten, (Anders W. Bertelsen) pas getrouwd en een geslaagde man. Als hij naar de begrafenis van zijn vader moet gaan, is zijn vrouw niet blij want nu hoort ze pas voor het eerst dat hij nog familie heeft. De man had dit verzwegen omdat zijn vader op een vervallen boerderij leeft samen met zijn geestelijk gehandicapte broer Rud (Jesper Asholt). Opnieuw een emotioneel familiedrama dus.
Lees de recensie.

 

Dogma95 .4: Julien:Donkey-boy

Julien: Donkey-boy van regisseur Harmonie Korines die we kennen van Kids en Gummo gaat over een schizofreen persoon die werkt in een hospitaal en samenleeft met zijn vader, zijn zwangere zuster en een wrestlingfreak. Het is een mengeling van horror, humor en psychologie die de bedoeling heeft van de toeschouwers niet te doen kijken maar denken. Het is de eerste Amerikaanse Dogmafilm en de kritieken daar zijn niet zo denderend, waarschijnlijk is de Amerikaans overconsumptie maatschappij niet zo happig en begripvol op deze minimalistische filmvorm. Afwachten wat dit hier zal brengen.

 

Dogma95 .5: Lovers

Deze zal waarschijnlijk eerder uitkomen bij ons dan de 4e Dogma en is van Jean Marc Barr Het is een Franse Film met een klassiek verhaal, dat gaat over een verliefd koppel, bestaande uit een Joegoslavische kunstschilder en een bediende uit een Parijse boekhandel. Het verhaal is niet alleen een "amour fou" verhaal maar ook een beeld van de Oost-West verhouding binnen een relatie via de levenswijze, cultuur en verwachtingspatronen.
Lees de recensie.

 

Ils Huygens

 
Films en productplacement

Rob Van Oudenhoven Rob Van Oudenhoven laat een huis bouwen door Aimé Desimpel. Rob Van Oudenhoven brengt een tijdschrift uit dat gebaseerd is op HUMO. Het lokte hevige kritieken uit bij verscheidene mensen. VRT (de openbaarrechtelijke omroep) zou namelijk via dit mechanisme de reclame-wetgeving omzeilen en dus zowel geld krijgen via de overheidsdotatie, als veel poen binnenrijven via reclame (een voorrecht dat enkel weggelegd is voor de VTM :de commerciële omroep). Dit mechanisme wordt door de marketingbedrijven ook wel product placement genoemd. De mannen in blauw pak zijn immers steeds op zoek naar nieuwe manieren om hun produkten aan de man te brengen. En onlangs is dus ook product placement terechtgekomen in de marketingmix. Met zijn groot en gedifferentieerd publieksbereik is film natuurlijk de mediator bij uitstek voor Corporate America. Product placement in films is echter geen nieuw fenomeen en gaat zelfs terug naar de jaren '20. De filmacteurs zorgden toen reeds voor stijgingen in de verkoopcurves van de kledingsmerken en de tabaksindustrie lobbyde zich te pletter om de personages op het witte doek te voorzien van een pakje sigaretten. Maar hier ging het meestal om een stom toeval en niet om een uitgekiende marketingstrategie. In de jaren '20 belden de regisseurs immers naar de lokale verdelers van bv. Jack Daniels om enkele van hun produkten of ging men soms zelf naar de winkel om een fles te kopen. Toen bestonden er nog geen multimilliondollarcontracts, maar daar kwam dus verandering in. Cola drinken in Hollywood Momenteel is de Hollywood-industrie een heuse major advertising company. De meerderheid van de Fortune 500 bedrijven zijn verwikkeld in product placement activiteiten, zodat het een industrie op zich is geworden. Bedrijven zoals Coca-Cola, Pepsi, Anheuser-Busch hebben zelfs eigen in-house divisies opgericht die enkel gericht zijn op product placement of andere Hollywood advertising activiteiten. Deze divisies doorbladeren jaarlijks 400 tot 500 screenplays op zoek naar opportunities. Er bestaat zelfs een bedrijf, Creative Film Promotions, dat een speciaal computerprogramma heeft ontwikkeld, waarmee ze via enkele trefwoorden kunnen nagaan welke situaties in een bepaalde film geschikt zijn voor product placements. Deze business heeft natuurlijk tot een aanzienlijke stijging van product placements in Amerikaanse films geleid. De Pepsi-Cola Entertainment Marketing Group zou zo zijn Pepsi-Trademark ongeveer in 70 films (1989) hebben geshowd. Het schijnt zelfs dat de hedendaagse films ongeveer 30 tot 40 minuten bevatten die kunnen gebruikt worden voor product plug-ins ( daarom duren de films tegenwoordig 25 tot 30 minuten langer ). Hierdoor zou 1/3 van een film product advertisements bevatten. Film of reclame Het staat dan ook buiten kijf dat er een uiterst dunne lijn bestaat tussen film en commercial. Het is namelijk heel gemakkelijk om de brand van een produkt in beeld te brengen tijdens een film. Zoals eerder vermeld gebeurde de placement vroeger eerder per ongeluk. Nu is het echter een keiharde business geworden waarbij enkel de sterksten overleven. Overeenkomsten worden gesloten tussen de majors uit de filmindustrie en Corporate America. Hierbij lijkt het dat enkel de big spending companies de winsten binnenrijven, maar ook de studio's behouden een appeltje voor de dorst. Zo eist de 20th Century Fox Licensing and Merchandising Corporation 20.000 tot 100.000 dollar voor een produktverschijning in een major motion picture. De prijzen voor het verschijnen in een film zijn bovendien afhankelijk van hoe het produkt in een film verschijnt. Als het produkt op de achtergrond verschijnt zullen de kosten beduidend lager liggen. Wanneer het produkt door één van de hoofdpersonages wordt gehanteerd zullen de kosten natuurlijk pijlsnel naar boven schieten. Net zoals een verbale vermelding van een brand, zoals in de film Wall Street ( 'Get this kid a Molson Light'). De enorme toename van product placements heeft ervoor gezorgd dat het geleidelijk deel is gaan uitmaken van de standard operating procedure. Het is een volwaardig onderdeel geworden bij onderhandelingen over het reduceren van de produktiekosten. Naast de filmstudio's zijn ook de corporate marketeers buitengewoon enthousiast over product placement. Door de steeds groter wordende mediakosten blijken de motion pictures de nieuwe jackpot te zijn. Films komen namelijk eerst in de bioscoop terecht. Daar entertainen ze een enorm groot publiek en bereiken de marketingjongens dus enorm veel nieuwe potentiële klanten. Maar dan is het nog niet gedaan. Na de bioscoop volgt immers de videotheek, koopvideo, CD, DVD, betaaltelevisie, kabel, satelliet, enz. Hierdoor zou de kostprijs voor het bereiken van enkele duizenden consumenten neerkomen op enkele Belgische franken per consument. Bovendien geven de adverteerders toe dat ze zodoende een doelgroep bereiken (12-24 jaar) die anders zeer moeilijk te bereiken valt. Die adverteerders pompen natuurlijk niet massa's geld in een marketingtool, die achteraf niets zou opleveren. Product placement blijkt immers te werken. Een mooi voorbeeld daarvan is de legendarische verschijning van de Reese's Pieces in E.T. (1983). Deze verschijning zorgde voor een stijging in de verkoop van het desbetreffende produkt. Een ander voorbeeld is de explosieve (uit)verkoop van Mumford High School-T-shirts. Dit T-shirt werd toevallig gedragen door Eddie Murphy in Beverly Hills Cop. Andere voorbeelden van product placement: Richard Gere die Armani-kledij draagt in American Gigolo, Tom Cruise met Ray-Ban zonnebril in Top Gun, Taco-Bell als enige restaurant in Demolition Man, internetprovider AmericaOnline in You've Got Mail, Reebok-contract in Jerry Maguire, Nokia Communicator in The Saint, enz. Tomorrow Never Dies Het prototype van de product placement-movie is echter de wereldberoemde en befaamde James Bond reeks. James Bond is immers steeds omgeven door enkel het beste; enkel datgene wat kwaliteit heeft, datgene dat klasse en stijl uitstraalt. Bedrijven staan dan ook in rij om in een Bond-film te verschijnen. Aanvankelijk stond er nog een limiet op het verschijnen of vernoemen van brandnames of van produkten. Maar sinds Pierce Brosnan in de huid van de Britse geheime spion gekropen is, hebben de marketeers toegeslagen. Goldeneye kon nog door de beugel. In Tommorow Never Dies kunnen we echter genieten van de spectaculaire actiescènes en van ?Heineken, Perrier en Avis. Nee, dit zijn niet de namen van de slechterikken, maar van de bedrijven die zich een plaatsje hebben weten te bemachtigen in het Bond-gebeuren en dus ook in de miljardenomzet die Bond teweegbrengt. Door het mega-succes van Tommorow Never Dies was het aanbod waaruit MGM (de verdeler van de Bond-films) kon kiezen voor de nieuwe Bond enorm groot. Enkel de besten en mondiaal gekende bedrijven krijgen een kans.Wat volgt is dan ook een indrukwekkend lijstje van brands: Hewlett Packard, Microsoft, BMW, Omega, Polaroid, Smirnoff, Visa, Wilkinson Sword, Heineken, Club Med, Caterpillar, Energizer, Ericsson, Fujitsu, Evian, John Smith, Sunseeker, Tasco en last but not least Samsonite. Voor de product placement moeten deze bedrijven echter niet betalen. De Bond-entourage wil immers zelf de volledige controle over de film behouden. Zij bepalen dus wanneer een produkt in beeld zal komen. MGM beschikt echter 'maar' over 29 miljoen dollar om te film te promoten. Het is bij de promotiecampagne dat de genoemde bedrijven hun steentje bijdragen. Dit noemt men een tie-in. Inmenging? De Bond-entourage duldt geen inmenging in het creative proces en zo moet het ook. Maar dat blijkt niet altijd zo te zijn. Er is zelfs sprake van een steeds groter wordende macht van Corporate America. Marketeers willen immers dat hun produkt zeer zichtbaar is en dat het zeker niet in een negatief daglicht wordt geplaatst. Hierdoor kan het al eens voorkomen dat de marketingjongens niet tevreden zijn met hun produktverschijning en eisen dat er iets verandert, zelfs als dit ten koste gaat van het verhaal. Als de blauwbloezen echter niet zo opmerkzaam zijn, kan het ook voorkomen dat de product placement op de 'cutting room floor' terecht komt. Hun produkt verschijnt dan gewoonweg niet in de film. Maar dan krijgen de studio's het aan de stok met de advocaten van de big companies. Zo is er het voorbeeld van Black & Decker dat een som van 150.000 dollar eiste van 20th Century Fox, omdat de Black & Deckermachine niet in de film Die Hard 2 verscheen. De macht van de corporations wordt steeds groter. De studio's sparen wel enorme kosten uit op korte termijn, maar op lange termijn kan de inmenging in het creative proces nefaste gevolgen hebben voor de opbrengsten van de film. Momenteel bestaat er nog geen wetgeving wat betreft product placement. Deze is echter dringend aan de orde. Product placement vinden we immers niet alleen terug in films, maar ook op televisie ( De XII Werken van Van Oudenhoven ). Er bestaat zelfs een geval van een product placement in een boek. En zoals de titel van de nieuwe Bond-film luidt, zo denken de corporations er ongetwijfeld ook over: The World Is Not Enough.

 

Jan Loisen

 
We want Tolkien!

Voor iedereen die geen zin had de turven van In de Ban van de Ring door te nemen: K.U.T-Site doet het voor u.. Moet er nog zand zijn ? John Ronald Reuel Tolkien, geboren 3 januari 1892 in Bloemfontein (Zuid-Afrika) en definitef naar een andere wereld vertrokken op 2 september 1973 te Engeland (ontstoken maagzweer). De vader van het fantasy-genre, de man die eigenhandig een volledig nieuwe 'elfentaal' ontwierp en entre-temps zijn volk opnieuw liet genieten van sprookjes. Hoewel u momenteel overstelpt wordt met herdrukken van zijn oeuvre (meestal in luxeuze, dure versies), heeft u ze misschien toch nog niet allemaal kunnen doornemen.. Wat staat er in deze werken die volwassen mannen en vrouwen laat fantaseren over dwergen, elfen, orken of hobbits ?

Zijn jeugd

Wanneer Tolkien, na de dood van zijn vader, met zijn moeder op 4-jarige leeftijd van Zuid Afrika terugkeert naar Engeland, kende hij alles behalve een fijne jeugd. Hij woont in de grimmige stad Birmingham, zijn moeder overlijdt wanneer hij 12 is (diabetes) en wordt opgevoed door een alles behalve aardige tante. Toen al bleek zijn opmerkelijke vermogen op het gebied van talen: Latijn en Grieks maar ook Gotisch en Fins kon hij vlot praten en schrijven. Verder verzon hij ook zijn eigen talen. In 1911 gaat hij naar het Exeter College te Oxford waar hij klassieke talen studeert, een richting die hem, tegen de verwachtingen in, eigenlijk niet zo lag. Hoewel hij uitblinkt in filologie, geraakt hij slechts met moeite door zijn eerste jaren. Daarom beslist hij van richting te veranderen en studeert vanaf dan Engelse taal en literatuurwetenschappen. In 1915 studeert hij af met grootste onderscheiding. Een jaar later trouwt hij met Edith en wordt naar het front gestuurd, waar hij echter al weer snel weg mag wegens een besmetting met de loopgravenkoorst.

Oxford

Tien jaar na zijn afstuderen, in 1925, wordt hij benoemd als professor Anglo-Saksische talen te Oxford. En hoewel hij, zeker naar huidige standaarden, maar weinig publiceerde, was hij zeker niet inactief. Zo stichtte hij een clubje, de 'Inklings', een verzameling van gelijkgezinden, samen praatten ze over (en in) nieuwe talen en schreven als ze konden. En toen.. tijdens het verbeteren van een examen merkt hij op dat één van zijn studenten toevallig een lege pagina heeft toegevoegd bij zijn antwoorden. Wat hem dreef zal niemand weten, want opeens schrijft hij zonder duidelijke reden de eerste zin van 'De Hobbit' op : In a hole in the ground there lived a Hobbit. Tolkien begon zeer geïnteresseerd te geraken in zijn verzonnen Hobbit: waar woonde dit schepsel ? wat at hij ? en hoe zag hij eruit ? Op basis van zijn nota's schrijft hij in 1937 De Hobbit. Het boek was meteen een succes, en zijn uitgever drong aan op een vervolg. Dat moest volgens Tolkien komen in meer achtergrond, dus schreef hij Quenta Silmarillion, vol met de sages en poezie die zijn eerste werk in perspectief bracht. Silmarillion kende echter geen succes bij de uitgever, niet commercieel interessant volgens hem.

Lord of the Rings

Tolkien schreef dan maar een vervolg op de Hobbit, hetgeen uiteidelijk de Lord of the Rings zou gaan heten, het werk werd gepubliceerd in drie delen tussen 1954 en 1955. Het boek kende meer succes dan verwacht, het verdiende zijn uitgave terug, meer dan men had gehoopt. In 1956 maakt de BBC er een 12-delig luisterspel van. Het echte grote succes van Tolkien heeft plaats in 1965 wanneer er een veel goedkopere piraat-versie in paperback wordt gedrukt. Het proces rond de auteursrechten zorgde ervoor dat opeens heel de USA gehoord had van zijn werk en enkele jaren later had de hoogleraar miljoenen fans. Buiten het weinig bekende The Adventures of Tom Bombadil schreef hij verder niets meer over de Ring. Na Tolkien's dood in 1973 verscheen er echter nog Silmarillion in 1977 en in 1980 publiceert een van zijn zonen een selectie van onvoltooide verhalen over midden-aarde in Unfinished Tales of Númenor and Middle-earth.

Verfilmingen

Hoewel daar misschien spoedig verandering in komt zijn de voorgaande verfilmingen van Tolkiens werk nauwelijks bekend. Zowel De Hobbit, als de drie delen van In de ban van de Ring zijn verfilmd als tekenfilm. In 1978 verschijnt de tekenfilm De Hobbit door Jules Bass en Arthur Rankar Jr, een absolute miskleum, veroorzaakt door een zichtbaar gebrek aan geld, te beperkte fantasie en een lelijke tekenstijl. Datzelfde verschijnt overigens ook The Lord of the Rings, die boek 1 als de helft van boek 2 verfilmd. Oorspronkelijk was de bedoeling de drie delen te verfilmen maar eens te meer geraakte het geld op. Net zomin als het vervolg The return of the King (opnieuw door Bass en Rankar) kende deze tv-film succes. En met reden: de tekenfilms geven een clichématige, oninteressante en ongeïnspireerde weergave van een boek dat zoveel meer verdiende. Tolkien wist dit trouwens, want hoewel hij de filmrechten verkocht, leek het hem onmogelijk zijn werk ooit te verfilmen.

 

Frank Moens

 
Leve de Belgische film, zelfs de Vlaamse!

Het vooroordeel is waarschijnlijk al zo oud als de Belgische film zelf: Belgen kunnen geen films maken. De Walen zijn misschien de schade terug aan het inhalen (denk aan Les Convoyeurs Attendent of Rosetta), maar de Vlamingen bakken er geheid niets van. Neen, Vlaamse film staat gelijk aan boekverfilmingen (Daens, Karakter, De Witte van Sichem); by-the-book brave en correcte regie (Iedereen Beroemd, Pauline & Paulette), onrealistische acteurprestaties en 'willen-maar-niet-kunnen'-films vanwege hun kleine budget. Vanzelfsprekend is deze kritiek niet helemaal onterecht. De Vlaamse film heeft inderdaad draken van films opgeleverd, denk bijvoorbeeld aan zowat alle films van Rob Van Eyck (Blue Belgium), onze Ed Wood van eigen bodem of aan de VTM-verlengstukken (Costa!, Oesje, Plop). Vele Belgische films floppen dan ook omdat ze al te zeer het Amerikaanse 'Grote Voorbeeld' trachten te volgen. In een interview met K.U.T wijst Peter Missotten (regisseur The Cutting) erop dat de Europese cinema zelf haar bestaansreden ontneemt wanneer ze haar eigenheid ontkent. Laat spectaculaire actiefilms, method-acting en computerenhanced special effects aan de Amerikanen, op dat vlak zijn ze toch niet te kloppen. De Europese film was volgens hem al lang gered geweest wanneer hierin duidelijker en meer gedurfde keuzes zouden gemaakt zijn. Misschien ligt het allemaal ook weer niet zo simpel, feit blijft dat er in vrij korte tijd een aanzienlijk aantal Belgische films zijn uitgekomen van hoge kwaliteit. Het is echter vreselijk jammer dat de meerderheid van deze films zo goed als zeker nooit het reguliere circuit zullen bereiken. Onderstaande besproken films zal u dan waarschijnlijk ook alleen maar op festivals of in de betere (lees: kleinere, onbekende en stilaan bijna onbestaande) cinema te zien krijgen. Voor sommige films is dit best te begrijpen, The Cutting bijvoorbeeld is ook nooit bedoeld geweest voor een groot publiek. Deze film die er trouwens veel duurder uitziet dan hij gekost heeft (9 miljoen Bfr) zal nooit volle zalen trekken, of het nu in het Nederlands gesproken wordt of niet. Anders is het met bv. Le Lait de la Tendresse Humaine, een titel die iedereen al zou kennen mocht hij van Amerikaanse makelij zijn. Of Olivetti 82, een originele thriller die pas over enkele maanden zal uitkomen, maar waarschijnlijk ook dan niet meteen de boxoffice hit van de week zal worden. De Belgen weten ook helemaal niet wat voor talent ze op eigen bodem huisvesten. Marion Hänsel bijvoorbeeld.. haar films zijn gegeerd door alle filmcritici en schuimen wereldwijd de verschillende festivals af, maar wat leest u over haar in de Belgische (en dan zeker de Vlaamse) pers ? Niets. Toch leverde ze met 'Nuages: Lettres à mon fils' (Wolken: brieven aan mijn zoon) opnieuw een pareltje af. Benieuwd of u hem ooit te zien zult krijgen. Paradoxaal genoeg zal waarschijnlijk de 'slechtste' film uit het rijtje nog de meeste publieksaandacht krijgen. Falling is Belgisch, maar men heeft er alles aan gedaan dit te verbergen. In het Engels gesproken, met een Britse cast en in een Amerikaans jasje zal u deze film straks wel in het lokale multiplex kunnen bekijken, maar weet dan dat er veel beter te krijgen was.

 

Frank Moens

Pagina's

Subscribe to Kortfilm.be & Kutfilm.be RSS