Cell 364
rating

Duur: 04 min. | Land: | Regie: Zoé Rossion, Mathilde Babo | Cast: | Scenarist: , | Producent:

“We kunnen ons plooien naar moderne dictaturen. Als we ernaar conformeren, als we ons stil houden. (…) Maar het is niet genoeg om passief te zijn.” Aan het woord is Hans Jochen Scheidler, die als 25-jarige door de Stasi (de binnenlandse veiligheids- en inlichtingendienst in de Duitse Democratische Republiek) werd gearresteerd en gevangen gehouden voor zijn kritiek op de harde repercussies van de Praagse Lente.

In ‘Cell 364’ blikt hij terug op die periode van volledige isolatie, zonder papier of pen of boek of zelfs raam om naar buiten te kijken. Wat overblijft zijn z’n eigen gedachten (isolation torture), de harde richtlijnen van de Stasi-officiers (overdag mocht hij zelfs niet zitten op het harde bed, ’s nachts enkel slapen op zijn rug met de handen op de lakens) en de even harde ondervragingen. “Als ze toen de technologische ontwikkelingen hadden die we nu hebben, zou het zelfs nog erger zijn geweest.”

‘Cell 364’ combineert trage, bewegende beelden met foto’s van Scheidler nu, en urbex-details van de gevangenis waar hij toen werd vastgehouden en nu rondleidingen geeft. Het resultaat is al bij al gematigd, en laat ook qua inhoud wat steken vallen. Zo wordt er geen extra informatie gegeven over de emotionele weerslag op Scheidler en enkele beelden van hem uit het verleden zouden meer boeien dan steeds dezelfde portretten van hem nu. Meer duiding over wat de Stasi juist deden, of verhalen van andere slachtoffers waren welkom geweest.

Ook de montage en cameravoering is cliché, en de dreigende klankband verveelt snel. Interessant personage, interessant thema, charmant als het door studenten is gemaakt als eerste film, maar vooral onvoldoende uitgewerkt.

Sarah Skoric
 
Transponder
rating

Duur: 14 min. | Land: | Regie: Thomas Verijke | Cast: , , , | Scenarist: | Producent: | Filmschool: St Lukas

In ‘Transponder’ tracht fotograaf Emil zijn leven terug aan elkaar te lijmen door obsessief alles vast te leggen op foto. In schijnbare dromen en nachtmerries achtervolgt hij zijn geliefde door de straten met zijn camera. In een voyeuristische zoektocht naar liefde, begrip en schoonheid maakt hij foto’s van zijn omgeving alsof hij er al afscheid van neemt. Tot hij op zichzelf botst.

Thomas Verijke slaagt er vanaf de eerste scène in fotografie te verheffen tot een centraal filmisch element. De grote, verdwaalde ogen van Emil staren naar een model in zijn studio, terwijl de voicemail van zijn bezorgde geliefde afspeelt. Zijn blik straalt haast een mal du siècle uit die hij probeert te verbergen achter zijn fototoestel. Elke cameraflits klinkt brutaal leeg.

Het is dan al duidelijk dat het enige dat hij lijkt te doen of hem nog rest – kijken, observeren, fotograferen – niet lukt. “Quelques secondes seulement”, vraagt zijn geliefde: kon hij maar enkele seconden luisteren. Maar Emil is al lang verdronken in zijn obsessie met lege beelden. Thuis scrolt en zoomt hij eindeloos door zijn foto’s. Hij photoshopt ze achteloos; zijn ingezoomde lief verwordt tot pixels. De voicemail speelt opnieuw af en omgekeerd tijdens een snel teruggespoelde fotomontage, al valt de klok niet meer terug te draaien. Totale apathie.

Emil is danig met alles en niets bezig dat hij op den duur ‘s nachts op straat niet alleen zijn geliefde, maar ook zichzelf achtervolgt. Wanneer dezelfde lege ogen elkaar op straat aanstaren, belanden we plots terug thuis: Emil slaapt op zijn pc, de schim van zijn lief staat in de kamer.

Via hakkelende en dromerige scènes brengt Verijke een verdwaald en betekenisloos leven van een jongeman scherp en ingetogen in beeld.

Youness Iken
 
Raoul
rating

Duur: 14 min. | Land: | Regie: Bertille Estramon, Julien Bernard | Cast: , | Scenarist: , | Filmschool: IAD

Raoul van IAD-studenten Bertille Estramon en Julien Bernard opent met een brutale vechtscène en een niet mis te verstane pornoscène op een gsm. Het titelpersonage gaat een andere jongen hard te lijf, opgezweept door een menigte heetgebakerde pubers. We bevinden ons op een kostschool voor jongens en de emoties lopen er hoog op.

Beide kerels worden door de directie op het matje geroepen, en ook Raouls moeder wordt erbij gehaald. Al snel blijkt dat moeder en zoon elkaar een tijd niet meer hebben gezien; deze situatie brengt hun relatie tot een cruciaal punt. Hun conversaties geven enkel het broodnodige prijs, maar vormen wel de sleutelmomenten in dit familiedrama.

In het bijzijn van zijn leraar en de directie wil Raoul, net als Theo, niks zeggen over het hoe en waarom van de vechtpartij, maar wanneer hij later een gesprek heeft met zijn moeder, onthult hij toch de ware toedracht. De pornoscène uit het openingsshot blijkt minder onschuldig dan eerst gedacht.

‘Raoul’ stuwt op de getroebleerde belevingswereld van het hoofdpersonage: zijn ingehouden emoties en gedachten zijn mede door de sfeerschepping erg voelbaar. Vormelijk weet de film te charmeren. Het zachte, koele kleurenpalet en de evenwichtige, poëtische beelden verlenen een soort rust aan de eerder dramatische en neerslachtige inhoud.

Die mistroostigheid van de esthetiek zien we ook weerspiegeld tussen moeder en zoon: de zwijgzame Raoul en zijn ietwat laconieke moeder die in al hun stroefheid en twijfels toch veel liefde voor elkaar voelen. De cast speelt trefzeker en gedoseerd, ook al blijkt empathie voelen lastig door de beperkte achtergrondinformatie.

De debuutfilm van dit regisseursduo toont veel potentieel, maar overtuigt nog niet volledig. Estramon en Bernard duiken helaas niet voldoende diep in de interessante thema’s die ze aanhalen, waardoor ‘Raoul’ op de oppervlakte blijft hangen.

Carmen van Cauwenbergh
 
The Afterlife of Fatherbird
rating

Duur: 11 min. | Land: | Regie: Martijn Van de Wiele | Scenarist: | Filmschool: KASK

Is het de dood van een vaderfiguur dat Van de Wiele verwerkt in ‘The Afterlife of Fatherbird’? Of gaat het louter om een vogeltje dat zijn pad kruiste en stierf? Antwoorden biedt de filmmaker niet in deze fragmentarische, observatieve en experimentele kortfilm.

Van de Wiele wisselt close, anonieme beelden van handen die parkieten uit kooien halen af met researchbeelden van vogels uit encyclopedieën. Handgetekende afbeeldingen met simpele penstreken of prenten met net vele kleuren volgen elkaar diagewijs op.

In een voice-over reciteert een stem het gelijknamige gedicht van Brits auteur Moniza Alvi, waarop de film gebaseerd is. Op stille momenten hoor je vogels en het tingelen van kooien, het openen van verendekken, het geknabbel van snavels op vingers. Klinkt heel nabij, en is tegelijk beklemmend want in de kooien is er bijna geen cameraruimte. Een gevoel van gevangenschap overheerst. Op nog stillere momenten hoor je een blaasinstrument (een soort fluit) en piano, dat even later in een synchrone en grappige symfonie treedt met het vogelgetsjilp.

Ook al duurt de film maar tien minuten, er is een glansrol weggelegd voor een zalmroze, opgedirkte en nogal onzekere vogel die naar de camera toe wandelt en weer weg, en dat gedurende bijna een minuut repetitief blijft doen.

‘The Afterlife of Fatherbird’ — Van de Wiele's bachelorfilm aan het KASK, vorig jaar goed voor een eervolle vermelding van de jury van de VAF Wildcards — is een uitzonderlijk mooie, intieme en goed uitgedachte en geregisseerde kortfilm waarbij Van de Wiele zowat alles zelf deed, van scenario tot camera, montage en klank. Wat hem ergens alvast in de rayon van kwalitatieve, introspectieve huis-, tuin- en keuken-regisseur John Smith plaatst. Erg benieuwd naar meer werk van deze jonge filmmaker.

Sarah Skoric
 
Hou het licht
rating

Duur: 09 min. | Land: | Regie: Jorn Mampaey | Scenarist: | Producent: | Filmschool: St Lukas

Voor sommige beroepen moet je uit het juiste hout gesneden zijn. Vuurtorenwachter is er één van. Helemaal alleen in een machtige toren aan de rand van de zee: je zou voor minder in een existentiële crisis vervallen. Zo vergaat het ook het hoofdpersonage in de animatiefilm ‘Hou het licht’. Hoe komt het toch dat wij mensen altijd zo hopeloos afglijden?

Elke dag ziet er hetzelfde uit: opstaan, tanden poetsen, ontbijtgranen eten, de vuurtoren aanzwengelen, televisie kijken en een beetje lezen. Niet dat hij last ondervindt van deze routine, integendeel: hij ziet er oprecht gelukkig uit, en blij met wat hij doet.

Tot hij plots vreemde objecten toegestuurd krijgt. Niet goed wetende wat het is, verdwijnen ze in een kast, waarna de dagelijkse activiteiten verdergaan. Wanneer echter steeds meer objecten blijven geleverd worden, slaat de verwarring toe. Van een perfect vrolijke setting rollen we in een licht surreële wereld waarin de waanzin de bovenhand neemt. De immer enthousiaste vuurtorenwachter stort zich uiteindelijk uit pure wanhoop in zee: een green screen.

Mooi opgebouwd en prachtig vormgegeven.

Niet de eerste hint dat deze wereld geconstrueerd is — het boek waarin hij ’s avonds leest bestaat uit lege bladzijden, de televisie enkel uit een namaaklampje, etc. Deze wereld is niet echt, wel een geanimeerde Truman Show. De menselijke hand van de animator grijpt nu zelfs letterlijk in, zodat een nieuw hoofdpersonage wordt geassembleerd. Het leven gaat opnieuw verder.

Jorn Mampaeys afstudeerfilm aan Sint-Lukas is mooi opgebouwd en prachtig vormgegeven, maar de onderliggende boodschap is minder duidelijk. Leidt eenzaamheid tot waanzin? Is iedereen vervangbaar? Is een mens niet gemaakt voor routine? Het fatale lot na het psychisch afglijden is allesbehalve eenduidig.

Laat dat geen belemmering zijn om van ‘Hou het licht’ te genieten. Het sympathieke hoofdfiguurtje bekoort en Mampaey weet een fabelachtige wereld te creëren die hij met geraffineerde details en spitsvondige aanpassingen bijna tien minuten lang boeiend houdt.

Carmen van Cauwenbergh
 
Raketkanon — I Live in a Society
rating

Duur: 27 min. | Land: | Regie: Maximiliaan Dierickx

De kenners van het Belgische rocklandschap zijn verwant met Raketkanon. De Gentse band omschrijft zichzelf als ‘noiserock’ en heeft ondertussen drie albums op het palmares. Op 27 februari 2020 speelde de groep echter een allerlaatste keer in de Gentse Vooruit, waarna ze een dikke stempel op de Vlaamse rockgeschiedenis achterlieten. De gelijknamige documentaire van Maximiliaan Dierickx toont de groep zo’n anderhalf jaar eerder wanneer de bandleden de studio induiken voor de opnames van hun laatste album, RKTKN #3 — Dierickx’ captatie won de prijs voor beste Vlaamse documentaire op het Kortfilmfestival Leuven vorig jaar.

Een clash van ego’s en artistieke verschillen.

Al vanaf het eerste beeld werpt ‘Raketkanon — I Live in a Society’ ons in de vurige interactie tussen de bandleden, die al vloekend hun studiomateriaal klaarleggen voor de opnamesessies van de week. De inkijk die Dierickx ons gunt, is niet die van een gemedieerde realiteit maar van een rauwe registratie zoals die zich voor de camera ontplooit. De sfeer is gespannen, want alle leden zijn daar om het beter te doen dan de vorige keer. “Onze muziek moet strak zijn,” vertelt gitarist Jef. Het is daarom dat ze voor het eerst tijdens hun opnames de hulp inschakelen van een metronoom, die moet verzekeren dat het strakke ritme telkens opnieuw bewaard blijft. Hun drummer, Pieter, lijkt er moeite mee te hebben en al snel lopen de gemoederen hoog op.

Als een fly on the wall beweegt Dierickx zich met z’n camera om de bandleden heen, die af en toe lijken te vergeten dat ze worden opgenomen. De intieme blik in deze eigenzinnige microkosmos lijkt daarom niet altijd gepast, alsof we dingen te zien krijgen die niet horen. Net die pijnlijke intimiteit maakt de documentaire fascinerend. Dierickx’ verbale tussenkomsten getuigen van een vertrouwen tussen de band en de maker.

 

Het verbaast niet dat de groep in kwestie ondertussen verleden tijd is. Beschuldigingen worden rondgegooid als snoep bij Sinterklaas en venijnige opmerkingen worden als messteken in elkaars rug gestoken. Een clash van ego’s en artistieke verschillen. ‘Raketkanon’ schotelt deze benarde momenten ongefilterd voor; het is haast ongemakkelijk om de groepsdynamiek van deze bende te zien verzwakken.

Maximiliaan Dierickx stond al aan het roer als cameraman bij kortfilms zoals ‘Tweesprong’, ‘Wien for Life’ en ‘Neverlanding’. Recentelijk is hij ook actief als documentairemaker, met onder meer de documentairereeks ‘Exitus’. In ‘Raketkanon’ geen uitgekiende en gecontroleerde beeldvoering, wel een alle kanten uitzwaaiende camera. Het versterkt de intimiteit, ook al voelt het soms aan alsof je naar een ruwe montage zit te kijken.

Ook de geluidsband is soms onverzorgd, bijna onhoorbaar bij momenten. Zo zit de wind stevig in de microfoon van de lyricist van de groep, net wanneer die een pleidooi opsteekt over zijn soevereiniteit als het op de titelkeuze van songs aankomt. Alsof Dierickx het ego van de man in kwestie nog even ondermijnt, door het gros van de monoloog onverstaanbaar te maken. De technische mankementen die de groep zo’n parten speelt, tekenen bijgevolg ook de captatie van hun strubbelingen. Een artistieke keuze of puur toeval?

'Raketkanon — I Live in a Society' is op zondag 9 augustus te zien op Canvas om 21u55, en daarna te bekijken via VRT NU.

Matthias De Bondt
 
Midnight Jazz
rating

Duur: 21 min. | Land: | Regie: Jules Mathôt | Cast: , | Scenarist: | Producent: | Filmschool: KASK

Een eenzaat met een diepe en doorrookte stem kondigt een duistere nacht vol jazz en conversaties aan vanuit z’n geïmproviseerde radiostudio in een desolaat landelijk huisje. Hij steekt een sigaret aan en trekt ostentatief de rook naar binnen. Het verbrandingsproces knettert bovenop de tonen van de eerste jazzplaat van de nacht, terwijl alles baadt in een dieprood licht dat contrasteert met de gitzwarte duisternis die hem haast volledig omzwermt.

Het lijkt wel een hedendaagse ode aan de chiaroscuro van Caravaggio en adepten. Nog meer dan een visuele ode aan de befaamde Italiaanse barokschilder is ‘Midnight Jazz’ een moderne film noir, waarin de zwart-witesthetiek wordt ingeruild voor intense en verzadigde kleurgordijnen.

De radiopresentator verdrinkt haast in de melancholie die rond zijn persoon danst. Het lijkt erop dat Nederlands filmmaker Jules Mathôt bijzonder gecharmeerd is door de stiel en het voortbestaan ervan op de helling ziet staan. Deze presentator in kwestie blijft echter onbevreesd jazztonen de ether insturen, slechts onderbroken door obligaat aandoende conversaties met luisteraars. De radioman en zijn sigaret. De rook danst op het ritme van de jazzplaat, tot een mysterieuze jongeman vanuit de kille donkerblauw overgoten nacht de cocon der melancholie betreedt en verstoort.

Deze fundamenteel visuele manier van vertellen schept een sfeer die mysterie omarmt en weinig onthulling verdraagt.

Mathôt leent beproefde recepten uit de film noir — denk maar aan de befaamde overvloeier bij beeldovergangen — maar de visuele stijl van deze Nederlandse KASK-student is radicaler. Hij hanteert een consequente kleurdichotomie (rood-blauw) die gelinkt is aan ruimteperceptie; zo onderzoekt ‘Midnight Jazz’ hoe kleur een bepalende rol kan spelen in het construeren van plaatsen — een spitsvondige en economische maar vooral suggestieve manier om filmisch te creëren. Er is geen plafond noch vloer, enkel kleur/licht in de allesomvattende duisternis. De kijker wordt zo uitgenodigd om na te denken.

Deze fundamenteel visuele manier van vertellen schept een sfeer die mysterie omarmt en weinig onthulling verdraagt. Hoewel Mathôt vooral gevoelsmatig verbeeldt, blijft het inhoudelijk relatief vlak. Ook de vele travel shots worden redundant en doen uiteindelijk afbreuk aan de sfeer die eerder zo mooi en teder werd geschapen.

Uiteindelijk blijft ‘Midnight Jazz’ te ver weg van het unheimliche en de vervreemdende desillusie die je van je sokken blaast, terwijl de visuele stijl dat haast uitschreeuwt. Een verdienste of gemiste kans?

KASK-student Jules Mathôt bewijst in ieder geval zonder meer zijn unieke stem in het kortfilmlandschap met een prent die enkele essentieel geachte filmische parameters de rug toekeert en zo de filmische creatie een nieuwe suggestieve kracht toedicht.

Jannes Callens
 
Eden
rating

Duur: 40 min. | Land: | Regie: Jeroen Broeckx | Scenarist: | Producent: , , | Productiehuis:

"Dat is normaal wel den boom die tot tegen het plafond komt, en het meeste plaats inpakt,” verklaart een jonge vader zijn kerstboomkeuze. Hoe groter hoe liever, en het contrast met de oudere buren enkele huizen verder kan niet duidelijker zijn. Bij die vrouw des huizes klinkt het eerder van: “Als wij de lotto winnen, dan moeten wij geen chique villa of een dure auto. Gewoon eens gaan eten met de familie, dat is al goed.” “Simpel,” beaamt ook haar echtgenoot. Een generatieverschil in levensvisie en mentaliteit – YOLO vs. bescheiden en karigheid — sijpelt subtiel doorheen ‘Eden’, de middellange docu van Jeroen Broeckx.

Hoe koopbaar is geluk, en is gewoon nog goed genoeg?

De hoofdrol van deze verstilde docu is weggelegd voor de Antwerpse wijk Eden in Wilrijk, en zijn/haar/hun inwoners. De wijk ontstond in 1958 toen een honderdtal identieke prefab-huizen werden opgetrokken voor de bezoekers aan de Expo ’58. “Wat aanvankelijk identiek was, kreeg al snel een identiteit door haar bewoners,” aldus Broeckx. “Vandaag is dit ‘paradijs’ omsingeld door multinationals en winkelcentra die schreeuwen dat alles in het leven te koop is, ook geluk. Maar hoe koopbaar is geluk en is gewoon nog goed genoeg?”

Broeckx, die in 2012 een Wildcard kreeg van het Vlaams Audiovisueel Fonds voor zijn afstudeerfilm '30m³' aan het RITCS, zet zijn camera op en laat die draaien. Wat voor de camera gebeurt lijken alledaagse straat- en woonkamerbeelden. De inwoners maaien het gras, slaan een praatje met elkaar, parkeren hun auto. En babbelen, tegen de camera (en kijker). Over hun leven, hun momenten van geluk, wat voor hen de betekenis is van een paradijs. Met die vraag refereert Broeckx subtiel naar de Bijbelse tuin van Eden, het zogezegde Paradijs waarin Adam en Eva leefden net voor de zondeval, en dus ook naar de naam van de woonwijk aan de A12.

De statische, observerende cameravoering doet wat denken aan de trage, fotografische beelden van Fien Troch (‘Kid’), en van Christina Vandekerckhove’s ‘Rabot’. ‘Eden’ is subtiel binnenkijken in de verschillende woonkamers, keukens en tuinen. En in de mensen, die het openhartig hebben over hun leven. Het kleinmenselijke en de Vlaemsche sfeer is soms herkenbaar, soms banaal, maar ook relativerend en hier en daar ontroerend.

Eenvoudig geluk in een verstilde setting maakt van ‘Eden’ een mooie, trage televisiedocumentaire.

'Eden' is op zondag 2 augustus te zien op Canvas om 21u55, en daarna te bekijken via VRT NU.

Sarah Skoric

CUT TO: GENT

Op zaterdag 15 augustus 2020 verwelkomt Sphinx Cinema in Gent de derde editie van het kortfilmfestival CUT TO: GENT. Het festival zet dit jaar maar...
15/08/2020
Het jonge kortfilmfestival CUT TO: GENT gaat door én breidt uit!
 
Nu of nooit meer
rating

Duur: 15 min. | Land: | Regie: Marieke Widlak | Producent:

Dit of dat had ik Brechje nog willen zeggen’, zo voelt het voor mij niet.”
“Waarom heb ik dat wel dan?”
“Dat kan ik niet zeggen, schat.”

Deze woorden tussen regisseuse Marieke Widlak en haar moeder raken de kern van ‘Nu of nooit meer’, Mariekes eindexamenfilm uit 2018 aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. In datzelfde jaar won ze er een Filmfonds Wildcard mee (een Nederlandse variant van onze VAF Wildcards), en werd ze gelauwerd op het Eindhoven Film Festival met de prijs voor Beste Debuut.

Hoewel Marieke Nederlands is, start haar film op het perron van station Blankenberge. Dat is waar zij en haar familie voor het laatst hun zus Brechje zagen, die zich in 2010 van het leven beroofde. Acht jaar later, wanneer de hevige emoties zijn bedaard, heeft Marieke nog steeds het gevoel dat ze niet goed heeft kunnen afscheid nemen.

Widlaks korte documentaire is niet alleen een zelfonderzoek, maar ook een pleidooi.
 

‘Nu of nooit meer’ draait niet om het te weinig tonen van waardering, wel over het te weinig letterlijk uitspreken ervan. Doen we dat wel genoeg? Mariekes ouders stellen haar gerust dat ze Brechje wel degelijk liefde getoond heeft, en dat zij dat zeker zal gevoeld hebben. Zelfs al was dat niet letterlijk in woorden.

Toch pleit Widlak ervoor om af en toe onze schroom opzij te zetten en te zeggen wat we voor onze dichtste naasten voelen. Al is het maar om hun reactie te zien, en dus evenveel terug te krijgen als wat je net gegeven hebt. Dat hoeft geen oratorische proporties aan te nemen, een simpele “ik zie je graag” does the trick.

In vijftien voorzichtige, breekbare minuten gunt Marieke Widlak haar kijkers een intieme inkijk in haar gezin, voor wie de camera geen verstorende aanwezigheid lijkt te zijn. Na acht jaar heeft verdriet plaats gemaakt voor vredevol gemis. De sterkte van deze, vormelijk erg eenvoudige, documentaire zit ‘m dan ook in de berustende, bijna rationele manier waarop het gezin met elkaar kan spreken over de zus die weggevallen is, en hoe ze zich nu bij voelen bij dat feit en bij elkaar.

Hoewel Widlaks persoonlijke opzet weet te raken, blijft de film qua vorm erg op de oppervlakte, waardoor je als kijker toch wat op je honger blijft zitten. Haar korte documentaire is gelukkig niet alleen een zelfonderzoek, maar ook een pleidooi. Door zichzelf kwetsbaar op te stellen, geeft Marieke Widlak een sterkte af, een uitdaging om ook af en toe jezelf te confronteren en liefde in woorden om te zetten. Want soms gebeurt het dat dat nooit meer kan.

'Nu of nooit meer' is op zondag 26 juli te zien op Canvas om 22u, en daarna te bekijken via VRT NU.

Jana Dejonghe

Pagina's

Subscribe to Kortfilm.be & Kutfilm.be RSS