So we live
rating

Duur: 16 min. | Land: | Regie: Rand Abou Fakher | Cast: | Scenarist: | Producent: | Productiehuis:

So we live is een subliem staaltje camerawerk dat een gezin te midden oorlogsgebied volgt. Vanuit het midden van een huiskamer creëert Rand Abou Fahker een warme maar mystieke huissfeer, terwijl buiten de bommen vallen.

In één shot pant de camera in een rustige cirkelbeweging van een gemoedelijk dambordspel naar een uitslaande familiediscussie. De intro is buitengewoon mooi: de krakende dobbelstenen, de roerende theelepel, de schier banale dialogen in kaarslicht. De mysterieuze huiskamer verandert in een kil vertrek zodra de elektriciteit weer werkt.

Ook op narratief vlak beoogt Abou Fakher een bepaalde circulariteit. De elektriciteit gaat aan, valt uit, gaat weer aan. Op die momenten slaat de sfeer in de familie — vertolkt door een echt gezin — steeds om en begint als het ware steeds een nieuwe akte. De verhitte gesprekken in het kunstmatige licht staan in fel contrast met de stroompanne waarbij de bommen overheersen en de vader en moeder des huizes niets anders kunnen doen dan wachten, en zich in kaarslicht te verzoenen.

De draaierige spanning slokt je moeiteloos op.

De realistische en experimentele beeldvoering werkt meeslepend. De draaierige spanning slokt je moeiteloos op. In een interview met Kortfilm.be naar aanleiding van de selectie voor Berlinale verduidelijkt Abou Fakher dat haar film gaat “over het beoordelen van mensen die zich in een problematische situatie bevinden waarin ze het heft niet in eigen handen nemen, maar zonder de kijker het gevoel te geven dat die gemanipuleerd wordt”.

Maar wat valt er te beoordelen? De rustige, objectieve cinematografie laat zuiver de familie spreken: Abou Fakher biedt geen soundtrack, geen verteller, geen situationele context. Gevangen in een bevrijdende camera worden we geconfronteerd met de ontegensprekelijke puurheid van een familiaal drama.

Feilloze plan-séquences: ze bestaan nog.

Youness Iken
 
Anthony Nti maakt kans op Studenten Oscar

Nieuws
'Da Yie' is één van de acht genomineerde kortfilms voor de Student Academy Awards.

 

Niels Putman

 
À l'usage des vivants
rating

Duur: 28 min. | Land: | Regie: Pauline Fonsny | Producent: | Productiehuis:

22 september 1998, een zwarte dag in de Belgische geschiedenisboeken. De twintigjarige asielzoeker Semira Adamu sterft bij haar zesde repatriëringspoging nadat ze door verschillende rijkswachters in een kussen wordt gestikt op het vliegtuig naar Nigeria, en in een coma belandt. De beruchte ‘kussenmethode’ was een aanbevolen manier om opstandige asielzoekers te kalmeren, en had die dag fatale gevolgen. Aan de hand van verschillende bronnen en eigen opnames reconstrueert Pauline Fonsny de tragische gebeurtenis in ‘A l’usage des vivants’.

Fonsny’s grootste verdienste is de poëtische diversiteit van haar reconstructie. De neergeschreven getuigenis van Semira, vertolkt door de Nigeriaanse Obi Okigbo, en de teksten van dichteres Maïa Chauvier vormen daarbij de rode draad. Eigen opnames rond het beruchte repatriëringscentrum 127bis in Steenokkerzeel en enkele archiefbeelden en -geluiden vullen het vrouwelijke vertellersduo aan.

Meer dan een herinnering aan gisteren is het een oproep voor vandaag om te strijden tegen nodeloze grenzen, en voor de rechten van migranten in ons land.

De Waalse regisseuse sleept ons gedurende bijna een halfuur tergend traag mee in het tragische verhaal van Semira. Gefilmd vanuit een langzaam rijdende auto, nemen we bij aanvang de onschuldige velden van Zaventem waar. In de verte passeert een vliegtuig. Samen met de monotone dichtersstem probeert Fonsny een onverschillig begin te creëren dat duidelijk iets verbergt.

Tot de auto plots, maar nog steeds langzaam, het repatriëringscentrum bereikt. Toeval of niet: het centrum werd tijdens de opnames uitgebreid. De camionettes en het opgestapelde materiaal maken de ontmenselijking nog een stukje cynischer. Een ander, tragikomisch toeval volgt in diezelfde trage passage: een bewakingsagente komt vanuit rechts in beeld en loopt dan met de auto mee. “Da’s nie toegestaan, hè”, zegt ze tweemaal belerend en nonchalant. Opnieuw treft die knagende onverschilligheid.

 

Die laatste uitbreiding van het centrum is een dankbaar gegeven voor de scène waarin Fonsny maquettes hanteert om de geschiedenis van het repatriëringscentrum te verbeelden. Ook bij de maquettes is er geen mogelijkheid om de mensen die erin verblijven te laten zien. Alsof ze onzichtbare poppetjes op een spelbord zijn. Ondertussen klinkt opnieuw een laagvliegend vliegtuig. Er is duidelijk alles aan gedaan om het zo traag en zo kwellend mogelijk te laten horen. Dan komt het besef: zou het vliegtuig in het begin een repatriëringsvliegtuig zijn? Hoeveel nog levende Semira’s zouden erin zitten?

Dit pijnlijke Belgische drama is ondertussen meer dan twintig jaar geleden. Toch blijft Semira’s noodlot brandend actueel, en doet het denken aan de verstikkingsdood van de zwarte Amerikaan George Floyd. De documentaire vermeldt zelf op het einde het geval van Mawda, de peuter die – ook toevallig tijdens de opnames – werd doodgeschoten in een achtervolging van haar smokkelaar op de Belgische snelweg. Het is een gevaarlijke link die als porrende politieke commentaar de feilloze vertolking van het geval van Adamu een beetje overschaduwt, omdat er zo wordt gesuggereerd dat er evenveel opzet in het spel was. Al stemt het vooral tot nadenken.

‘A l’usage des vivants’ kaart de criminele en verstikkende migratiepolitiek aan. Meer dan een herinnering aan gisteren is het een oproep voor vandaag om te strijden tegen nodeloze grenzen, en voor de rechten van migranten in ons land.

Youness Iken
 
On my way
rating

Duur: 22 min. | Land: | Regie: Sonam Larcin | Cast: , , | Scenarist: | Producent: , | Productiehuis:

Sonam Larcin gooide hoge ogen met zijn afstudeerfilm ‘Après le silence’ over een homoseksuele migrant in België. Larcins blik op de actuele thema's die hij ermee behandelt, bleek nog niet definitief. Helaas is ‘On my way’ het flauwe afkooksel dat de regisseur niet had hoeven maken.

Migrant Dayo is vastberaden om naar Engeland door te reizen. Voor hij de volgende dag in een truck stapt, kan hij intrek nemen bij Niels, een tankstationmedewerker in een verlaten Belgisch dorpje. Niels woont in een camper achter het winkeltje, maar zijn baas Antoine, met wie hij een geheime affaire heeft, moet eerst instemmen. Hun relatie verslechtert en ondertussen komen ze te weten dat Dayo ook homo is.

Deze opvolger mist de oprechtheid die ‘Après le silence’ wel had.

De kleine camper dient als spanningsveld tussen de drie mannen. Larcin zit de personages dicht op de huid en maakt van de arena een warme en tegelijk benauwende setting — zeer vergelijkbaar met zijn documentaire, maar het toegevoegde drama brengt weinig bij. De camera wringt zich netjes tussen de personages en tekent de relaties tussen de drie scherp af, maar de confrontaties zelf zijn slap en voorspelbaar.

Vooral het simpele en betuttelende scenario — zo legt Niels traag en gestaag uit hoe België nu precies taalkundig in elkaar zit — blijkt hier de zondebok. Ook Dayo’s coming-out voelt geforceerd. Vanuit zijn situatie als migrant komt het op een ongelegen en weinig realistisch moment. Ook de drie acteurs, met ondertussen toch behoorlijk wat op hun palmares, lijden zichtbaar onder de zwakke schriftuur.

Niemand van de drie mannen emancipeert zich, geen van hen durft iets te ondernemen, waardoor alles zich statisch ontwikkelt. De ruzietjes tussen Antoine en Niels buiten de camper lijken allemaal dezelfde. Uiteindelijk is het Niels die besluit Dayo eigenhandig naar Engeland te voeren. Het contrast van de autoweg met de beperkende camperomgeving is groot, maar voelt eerder ongemakkelijk dan bevrijdend. De vreemde happy-endglimlach van de twee maakt het er allesbehalve beter op.

Waarom voelde Sonam Larcin nood aan een gedramatiseerde vertelling van de thema’s die hij in zijn Film Fest Gent juryprijswinnende documentaire eerder al aanhaalde? We hebben er het raden naar. Deze opvolger mist de oprechtheid die ‘Après le silence’ wel had.

Youness Iken
 
Le canapé
rating

Duur: 14 min. | Land: | Regie: Baptiste Sornin, Karim Barras | Cast: , , | Scenarist: , | Productiehuis: ,

In ‘Le Canapé’ wacht Baptiste (Baptiste Sornin) op Karim (Karim Barras) om hem de zetel te helpen verhuizen uit het appartement dat hij met zijn ondertussen ex deelde. Wat op zich een beperkte opgave lijkt, ontvouwt zich tot een volwaardig avondplan, met alle emotionele gevolgen van dien.

Dit is het regiedebuut van Baptiste Sornin en Karim Barras, die beiden een uitgebreid acteerparcours in film en theater kennen. Eerstgenoemde is zelfs een “regular” van de gebroeders Dardenne. ‘Le Canapé’, het eerste deel van de trilogie ‘La trilogie des copains’, is een minimalistische film over twee mannen die hun liefdesleven organiseren en reorganiseren. Met liefde gaat het net zoals met meubelstukken van de Ikea: het ineensteken gaat toch net iets makkelijker gaat dan het uiteen halen.

Gebroken koekenharten bij een kopje verse mannentranenthee.

De film vangt aan met beelden van een kermisattractie (zo’n bengelende arm) in het midden van de stad. Het volks entertainment krijgt een pompeus gehalte door de Italiaanse soundtrack die eronder wordt gezet, al wordt die abrupt onderbroken door een beltoon en beelden van een man die, in een verder leeg appartement, omringd wordt door enkele dozen waarop ‘Sophie, fragile’ te lezen valt. Genoeg informatie om het recept van deze kortfilm te ontrafelen: gebroken koekenharten bij een kopje verse mannentranenthee.

Stilistisch wil de film een naïeve sfeer oproepen door het gebruik van zwart-wit beelden, vastgelegd met precisie voor intimiteit door Camille De Chenay. Een beetje als wat Noah Baumbach behendig deed in het charmante ‘Frances Ha’. Sornin en Barras slagen er, in tegenstelling tot de indiekoning, minder goed in om diezelfde spontaneïteit (zonder twijfel te danken aan de Greta Gerwig) over te brengen. De emoties van de mannen worden met grappig bedoelde stroefheid aan de toeschouwer gepresenteerd, in een wat makke poging een verfrissend mannenbeeld te presenteren.

Net in die “grappige stroefheid” schuilt echter het probleem: de heren lijken hun eigen verdriet niet serieus te nemen. Sterker nog: hun nogal afstandelijke aanpak brengt ze in diskrediet, wat een notie van onderliggende ‘toxic masculinity’ aan de oppervlakte brengt. Dat idee wordt versterkt door het feit dat de venten in kwestie enkel in termen van seks weten te rouwen om hun verloren gegane relaties. Een gesprek dat meteen opgevolgd wordt door een beeld van een tussen in het deurgat geklemde canapé — een metafoor die expliciet genoeg is om Freudiaanse geesten aan het denken te zetten.

Wanneer Karim dan eindelijk zijn gevoelens onder woorden probeert te brengen, ligt Baptiste al te slapen. In die zin situeert ‘Le Canapé’ zich in een brede traditie films waarin mannen zich enkel maar onbehendig tot hun emoties weten te verhouden.

‘Le Canapé’ komt nog net op tijd verfrissend uit de hoek, wanneer ze op het einde van de film de stilte slim inzetten. Die rust is op slag veelzeggend, de meest authentieke communicatie die zich tussen de mannen ontplooit. Misschien iets om in het achterhoofd te houden wanneer de copains binnenkort de vervolgfilms van hun trilogie inblikken.

Bo Alfaro Decreton
 
Cell 364
rating

Duur: 04 min. | Land: | Regie: Zoé Rossion, Mathilde Babo | Cast: | Scenarist: , | Producent:

“We kunnen ons plooien naar moderne dictaturen. Als we ernaar conformeren, als we ons stil houden. (…) Maar het is niet genoeg om passief te zijn.” Aan het woord is Hans Jochen Scheidler, die als 25-jarige door de Stasi (de binnenlandse veiligheids- en inlichtingendienst in de Duitse Democratische Republiek) werd gearresteerd en gevangen gehouden voor zijn kritiek op de harde repercussies van de Praagse Lente.

In ‘Cell 364’ blikt hij terug op die periode van volledige isolatie, zonder papier of pen of boek of zelfs raam om naar buiten te kijken. Wat overblijft zijn z’n eigen gedachten (isolation torture), de harde richtlijnen van de Stasi-officiers (overdag mocht hij zelfs niet zitten op het harde bed, ’s nachts enkel slapen op zijn rug met de handen op de lakens) en de even harde ondervragingen. “Als ze toen de technologische ontwikkelingen hadden die we nu hebben, zou het zelfs nog erger zijn geweest.”

‘Cell 364’ combineert trage, bewegende beelden met foto’s van Scheidler nu, en urbex-details van de gevangenis waar hij toen werd vastgehouden en nu rondleidingen geeft. Het resultaat is al bij al gematigd, en laat ook qua inhoud wat steken vallen. Zo wordt er geen extra informatie gegeven over de emotionele weerslag op Scheidler en enkele beelden van hem uit het verleden zouden meer boeien dan steeds dezelfde portretten van hem nu. Meer duiding over wat de Stasi juist deden, of verhalen van andere slachtoffers waren welkom geweest.

Ook de montage en cameravoering is cliché, en de dreigende klankband verveelt snel. Interessant personage, interessant thema, charmant als het door studenten is gemaakt als eerste film, maar vooral onvoldoende uitgewerkt.

Sarah Skoric
 
Transponder
rating

Duur: 14 min. | Land: | Regie: Thomas Verijke | Cast: , , , | Scenarist: | Producent: | Filmschool: St Lukas

In ‘Transponder’ tracht fotograaf Emil zijn leven terug aan elkaar te lijmen door obsessief alles vast te leggen op foto. In schijnbare dromen en nachtmerries achtervolgt hij zijn geliefde door de straten met zijn camera. In een voyeuristische zoektocht naar liefde, begrip en schoonheid maakt hij foto’s van zijn omgeving alsof hij er al afscheid van neemt. Tot hij op zichzelf botst.

Thomas Verijke slaagt er vanaf de eerste scène in fotografie te verheffen tot een centraal filmisch element. De grote, verdwaalde ogen van Emil staren naar een model in zijn studio, terwijl de voicemail van zijn bezorgde geliefde afspeelt. Zijn blik straalt haast een mal du siècle uit die hij probeert te verbergen achter zijn fototoestel. Elke cameraflits klinkt brutaal leeg.

Het is dan al duidelijk dat het enige dat hij lijkt te doen of hem nog rest – kijken, observeren, fotograferen – niet lukt. “Quelques secondes seulement”, vraagt zijn geliefde: kon hij maar enkele seconden luisteren. Maar Emil is al lang verdronken in zijn obsessie met lege beelden. Thuis scrolt en zoomt hij eindeloos door zijn foto’s. Hij photoshopt ze achteloos; zijn ingezoomde lief verwordt tot pixels. De voicemail speelt opnieuw af en omgekeerd tijdens een snel teruggespoelde fotomontage, al valt de klok niet meer terug te draaien. Totale apathie.

Emil is danig met alles en niets bezig dat hij op den duur ‘s nachts op straat niet alleen zijn geliefde, maar ook zichzelf achtervolgt. Wanneer dezelfde lege ogen elkaar op straat aanstaren, belanden we plots terug thuis: Emil slaapt op zijn pc, de schim van zijn lief staat in de kamer.

Via hakkelende en dromerige scènes brengt Verijke een verdwaald en betekenisloos leven van een jongeman scherp en ingetogen in beeld.

Youness Iken
 
Raoul
rating

Duur: 14 min. | Land: | Regie: Bertille Estramon, Julien Bernard | Cast: , | Scenarist: , | Filmschool: IAD

Raoul van IAD-studenten Bertille Estramon en Julien Bernard opent met een brutale vechtscène en een niet mis te verstane pornoscène op een gsm. Het titelpersonage gaat een andere jongen hard te lijf, opgezweept door een menigte heetgebakerde pubers. We bevinden ons op een kostschool voor jongens en de emoties lopen er hoog op.

Beide kerels worden door de directie op het matje geroepen, en ook Raouls moeder wordt erbij gehaald. Al snel blijkt dat moeder en zoon elkaar een tijd niet meer hebben gezien; deze situatie brengt hun relatie tot een cruciaal punt. Hun conversaties geven enkel het broodnodige prijs, maar vormen wel de sleutelmomenten in dit familiedrama.

In het bijzijn van zijn leraar en de directie wil Raoul, net als Theo, niks zeggen over het hoe en waarom van de vechtpartij, maar wanneer hij later een gesprek heeft met zijn moeder, onthult hij toch de ware toedracht. De pornoscène uit het openingsshot blijkt minder onschuldig dan eerst gedacht.

‘Raoul’ stuwt op de getroebleerde belevingswereld van het hoofdpersonage: zijn ingehouden emoties en gedachten zijn mede door de sfeerschepping erg voelbaar. Vormelijk weet de film te charmeren. Het zachte, koele kleurenpalet en de evenwichtige, poëtische beelden verlenen een soort rust aan de eerder dramatische en neerslachtige inhoud.

Die mistroostigheid van de esthetiek zien we ook weerspiegeld tussen moeder en zoon: de zwijgzame Raoul en zijn ietwat laconieke moeder die in al hun stroefheid en twijfels toch veel liefde voor elkaar voelen. De cast speelt trefzeker en gedoseerd, ook al blijkt empathie voelen lastig door de beperkte achtergrondinformatie.

De debuutfilm van dit regisseursduo toont veel potentieel, maar overtuigt nog niet volledig. Estramon en Bernard duiken helaas niet voldoende diep in de interessante thema’s die ze aanhalen, waardoor ‘Raoul’ op de oppervlakte blijft hangen.

Carmen van Cauwenbergh
 
The Afterlife of Fatherbird
rating

Duur: 11 min. | Land: | Regie: Martijn Van de Wiele | Scenarist: | Filmschool: KASK

Is het de dood van een vaderfiguur dat Van de Wiele verwerkt in ‘The Afterlife of Fatherbird’? Of gaat het louter om een vogeltje dat zijn pad kruiste en stierf? Antwoorden biedt de filmmaker niet in deze fragmentarische, observatieve en experimentele kortfilm.

Van de Wiele wisselt close, anonieme beelden van handen die parkieten uit kooien halen af met researchbeelden van vogels uit encyclopedieën. Handgetekende afbeeldingen met simpele penstreken of prenten met net vele kleuren volgen elkaar diagewijs op.

In een voice-over reciteert een stem het gelijknamige gedicht van Brits auteur Moniza Alvi, waarop de film gebaseerd is. Op stille momenten hoor je vogels en het tingelen van kooien, het openen van verendekken, het geknabbel van snavels op vingers. Klinkt heel nabij, en is tegelijk beklemmend want in de kooien is er bijna geen cameraruimte. Een gevoel van gevangenschap overheerst. Op nog stillere momenten hoor je een blaasinstrument (een soort fluit) en piano, dat even later in een synchrone en grappige symfonie treedt met het vogelgetsjilp.

Ook al duurt de film maar tien minuten, er is een glansrol weggelegd voor een zalmroze, opgedirkte en nogal onzekere vogel die naar de camera toe wandelt en weer weg, en dat gedurende bijna een minuut repetitief blijft doen.

‘The Afterlife of Fatherbird’ — Van de Wiele's bachelorfilm aan het KASK, vorig jaar goed voor een eervolle vermelding van de jury van de VAF Wildcards — is een uitzonderlijk mooie, intieme en goed uitgedachte en geregisseerde kortfilm waarbij Van de Wiele zowat alles zelf deed, van scenario tot camera, montage en klank. Wat hem ergens alvast in de rayon van kwalitatieve, introspectieve huis-, tuin- en keuken-regisseur John Smith plaatst. Erg benieuwd naar meer werk van deze jonge filmmaker.

Sarah Skoric
 
Hou het licht
rating

Duur: 09 min. | Land: | Regie: Jorn Mampaey | Scenarist: | Producent: | Filmschool: St Lukas

Voor sommige beroepen moet je uit het juiste hout gesneden zijn. Vuurtorenwachter is er één van. Helemaal alleen in een machtige toren aan de rand van de zee: je zou voor minder in een existentiële crisis vervallen. Zo vergaat het ook het hoofdpersonage in de animatiefilm ‘Hou het licht’. Hoe komt het toch dat wij mensen altijd zo hopeloos afglijden?

Elke dag ziet er hetzelfde uit: opstaan, tanden poetsen, ontbijtgranen eten, de vuurtoren aanzwengelen, televisie kijken en een beetje lezen. Niet dat hij last ondervindt van deze routine, integendeel: hij ziet er oprecht gelukkig uit, en blij met wat hij doet.

Tot hij plots vreemde objecten toegestuurd krijgt. Niet goed wetende wat het is, verdwijnen ze in een kast, waarna de dagelijkse activiteiten verdergaan. Wanneer echter steeds meer objecten blijven geleverd worden, slaat de verwarring toe. Van een perfect vrolijke setting rollen we in een licht surreële wereld waarin de waanzin de bovenhand neemt. De immer enthousiaste vuurtorenwachter stort zich uiteindelijk uit pure wanhoop in zee: een green screen.

Mooi opgebouwd en prachtig vormgegeven.

Niet de eerste hint dat deze wereld geconstrueerd is — het boek waarin hij ’s avonds leest bestaat uit lege bladzijden, de televisie enkel uit een namaaklampje, etc. Deze wereld is niet echt, wel een geanimeerde Truman Show. De menselijke hand van de animator grijpt nu zelfs letterlijk in, zodat een nieuw hoofdpersonage wordt geassembleerd. Het leven gaat opnieuw verder.

Jorn Mampaeys afstudeerfilm aan Sint-Lukas is mooi opgebouwd en prachtig vormgegeven, maar de onderliggende boodschap is minder duidelijk. Leidt eenzaamheid tot waanzin? Is iedereen vervangbaar? Is een mens niet gemaakt voor routine? Het fatale lot na het psychisch afglijden is allesbehalve eenduidig.

Laat dat geen belemmering zijn om van ‘Hou het licht’ te genieten. Het sympathieke hoofdfiguurtje bekoort en Mampaey weet een fabelachtige wereld te creëren die hij met geraffineerde details en spitsvondige aanpassingen bijna tien minuten lang boeiend houdt.

Carmen van Cauwenbergh

Pagina's

Subscribe to Kortfilm.be & Kutfilm.be RSS