Korean Film Festival Brussels: Korean Shorts

Tijdens de zevende editie van het Korean Film Festival in Brussel worden ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Koreaanse cinema tien dagen...
07/11/2019
Zes Koreaanse kortfilms, waaronder twee keer Park Chan-wook!

Speel mee en win een duoticket voor dit kortfilmprogramma.

 
Bath House
rating

Duur: 14 min. | Land: | Regie: Niki Lindroth von Bahr | Cast: , , , , | Scenarist: , | Producent: ,

Omdat openbare zwembaden zo obsessief schoongehouden worden, weet je dat het verschrikkelijk vuile plekken zijn. Er komen zware chemicaliën aan te pas om de boel hygiënisch te houden en er loopt altijd wel iemand een stuk vloer te dweilen: hard labeur om die smeerlapperij onder controle te houden.

Daar gaat ook de intrigerende kortfilm ‘Bath House’ van Niki Lindroth von Bahr (‘The Burden’) over: de chaos die ontstaat wanneer we vertikken de boel proper te schrobben.

De kortfilm vangt aan in de douches, die er bijzonder realistisch uitzien. Het is pas wanneer we een antropomorf paard de vloer zien dweilen dat duidelijk wordt dat dit een stop motion animatiefilm is. Dit personeelslid tracht alle vuiligheid tegen te houden en de orde te bewaren. Een lek in het zwembad wordt echter genegeerd, en een vuile pleister blijft liggen in de douches: al snel dreigt alles in het honderd te lopen.

De actie is onderkoeld, de dialogen bevreemdend. Het ritme ligt bijzonder laag: iedereen lijkt wel twee keer na te denken vooraleer iets te zeggen of te doen. Dat zorgt voor een ongemakkelijke sfeer en een steriliteit die even onnatuurlijk aanvoelt als de chloorgeur in zwembadwater. Deze atypische keuze geeft de animatie een meer alledaags karakter, maar Lindroth von Bahr gaat daar echter zo ver in dat het geheel vooral bevreemdend aandoet. Wanneer een konijn pretendeert te verdrinken, duurt het een ongemakkelijke eeuwigheid vooraleer de redder van dienst reageert.

Door een gebrek aan onderhoud, respect, infrastructuur en elementaire communicatie, staat iedereen op het einde van de film alleen.

Even bevreemdend: alle personages lijken op genderneutrale, antropomorfe dieren. ‘Lijken’, weliswaar, want hoewel de poppen met veel gevoel voor realisme in elkaar geknutseld zijn, is het moeilijk om het exacte dier te identificeren. Zo heeft de zwembadverantwoordelijke veel weg van een paard, maar ook wel een giraf, en zou de konijnenbende evengoed uit muizen kunnen bestaan.

Hun dier-zijn wordt bovendien benadrukt wanneer een berenkoppeltje een badpak koopt met luipaardprint. Is het vreemd dat dieren het vel van een ander gebruiken als kledingstuk? Vreemder dan wanneer mensen dat doen? Dat subtiele detail zet de kijker aan het denken in een film die door de grote hoeveelheid dode tijd tussen dialogen en acties voortdurend om reflectie vraagt – elke zin krijgt een pauze om die te laten bezinken.

Misschien verwijst de keuze voor de luipaardprint wel naar het constante negeren van bepaalde basisnormen. Doorheen de hele film luistert immers niemand naar elkaar, met desastreuze gevolgen: het vergiftigde zwembad loopt leeg, het koppel gaat uit elkaar, de overval mislukt en de brandweer lijkt de oproep niet gehoord te hebben. Door een gebrek aan onderhoud, respect, infrastructuur en elementaire communicatie, staat iedereen op het einde van de film alleen.

Dat is een boodschap die ongemakkelijk resoneert in een tijdperk van overdadige (mis)communicatie en fundamentele eenzaamheid. Het ritme van de dialogen heeft niet toevallig veel weg van het ritme van een chatgesprek: het is geen geheim voor de gemiddelde internetgebruiker dat we vaak niet meer in staat zijn fatsoenlijk naar elkaar te luisteren wanneer we moederziel alleen achter onze computer zitten.

Tom Cuypers
 
Undressing my mother
rating

Duur: 06 min. | Land: | Regie: Ken Wardrop | Scenarist: | Producent:

De moeder van regisseur Ken Wardrop had nooit veel schroom over haar lichaam, en in hun gezin was naaktheid geen probleem. Wanneer Wardrop zijn afstudeerfilm moet maken, lijkt dit hem een boeiend onderwerp om samen met haar te exploreren. Wat begon als een grappig idee groeide uit tot een zes uur lange, diepgaande conversatie tussen moeder en zoon en resulteerde uiteindelijk in een vijf minuten durend filmisch portret dat met een goed gekozen selectie van uitspraken geen ziel onberoerd laat.

Trouw aan de titel zien we Wardrops moeder zich aan het begin van de film achter een wand uitkleden. Terwijl we haar een Iers volksliedje horen zingen, wordt meteen een vredige, jolige toon gezet. Daarna volgt een reeks intieme close-ups van het lichaam van de “farmer’s wife”, zoals ze zichzelf voorstelt. Dat alles in haar eigen huis, begeleid door fragmenten uit het lange gesprek dat de regisseur met haar had ter voorbereiding van de film.

Vrolijk beschrijft moeder Wardrop de verschillende delen van haar lichaam, van haar achterwerk tot haar “big round tummy” en haar borsten. Snel wordt duidelijk: deze vrouw houdt ontzettend van zichzelf - body positivity 100%. Doodeerlijk en respectvol brengt haar zoon haar gedetailleerd in beeld, nu zwaarder en ouder dan voorheen, maar wel in alle schoonheid. Klinkt cliché misschien, maar Wardrop voert het straf en oprecht uit.

Vertrekkend van het leven en de persona van de vrouw, belicht deze korte docu een aantal thema’s die in de eerste plaats persoonlijk, maar toevallig ook actueel zijn. Van lichamelijkheid gaat het over naar sensualiteit, waarbij ze vertelt over de relatie met haar echtgenoot, en het gemis dat ze voelt na zijn overlijden. Zo belicht Wardrop de delicate link tussen liefde en lichaam: naast de mentale band tussen personen, is liefde ook iets intrinsiek fysiek.

Zonder ooit haar gezicht te laten zien, vraagt de vrouw ongedwongen om empathie. Een sterk staaltje distillatie van de essentie leidt daardoor tot een modelvoorbeeld van filmmaken dat de documentaire als kunstvorm eer aandoet.

Undressing my mother’ is een essentiële, intieme film over menselijkheid en de bewonderswaardige band tussen moeder en zoon. De korte docuklassieker won heel terecht een hele resem aan prijzen op internationale festivals.

Jana Dejonghe
 
The Field
rating

Duur: 19 min. | Land: | Regie: Sandhya Suri | Scenarist: | Producent: ,

Indische kortfilms: je ziet ze niet zo vaak verschijnen op internationale filmfestivals. ‘The Field’ ontkracht dat idee een beetje, door in première te gaan in Colorado op het Telluride Film Festival in 2018, vervolgens een de Short Cuts Award te winnen op TIFF in datzelfde jaar en daarna een handvol nominaties binnen te slepen voor o.a. BAFTA en het Sundance festival. Mooi traject, al rijst de vraag of de film evenveel westerse aandacht had gehad als de Fransen en de Britten niet mee in de productie zaten.

‘The Field’ focust op Lalla, die het samen met haar man en kinderen niet erg breed heeft. In afwachting van het ideale moment om de maïs te oogsten, steelt ze aardappelen van velden. Haar “There’s no milk in the corn yet”, woorden die ze tegen haar man uitspreekt, klinken bijna profetisch, net zoals Nina Simones “I want a little sugar in my bowl”. Want: de relatie met haar man is uitgedoofd, vooral nog functioneel - en Lalla is afstandelijk, iets dat totaal omkeert wanneer ze haar minnaar in het maïsveld ontmoet.

Inhoudelijk maar ook qua beeld is alles dan meer op de huid. De film is traag en minimalistisch, er worden weinig woorden gewisseld. De plot is nogal saai en tegelijk te weinig intiem. ‘The Field’ moet het dan ook vooral hebben van z’n beelden; hoe het diep oranje van een kleurrijke sari afsteekt tegenover een uitgestrekt maïsveld bijvoorbeeld.

Sandhya Suri filmde bijna integraal tijdens golden hour, het uur vlak voor zonsondergang of na zonsopgang waarbij de zon een mooi, indirect licht geeft. Dat voel je, dat werkt. Net zoals het einde, waar de muziek eindelijk invalt. Nu nog een interessanter verhaal of meer uitgespeeld innerlijk conflict.

Sarah Skoric
 
Gyre
rating

Duur: 19 min. | Land: | Regie: Charlotte Lybaert | Cast: , | Scenarist: , | Producent: | Productiehuis: | Filmschool: KASK

In ‘Gyre’ volgen we de jongvolwassen Alice die tijdens een kamp (details onbepaald en irrelevant) moeite heeft om emotioneel te connecteren met de rest van de groep. Haar beste vriendin probeert haar in de stemming te brengen, maar dat wordt niet altijd zo geïnterpreteerd.

Banale incidenten rommelen en zinderen verder in het hoofd van het hoofdpersonage dat vertolkt wordt door een sterk acterende en gelijknamige Alice de Broqueville (‘Girl’). Maïmouna Badjie neemt op haar beurt de rol van de antagoniserende vriendin met veel flair op zich. Lukas Dhont (‘Girl’) en Tijmen Govaerts (‘Muidhond’, ‘Poor Kids’) krijgen in duo een credit voor de casting.

De banaliteit van het verhaal zorgt allerminst voor ordinaire scènes. Samen met Alice beleven we wat een nostalgisch moment zou moeten zijn op een steeds meer grimmige manier. De film slaagt er zo in om gaandeweg onder de huid te kruipen; ‘Gyre’ nestelt zich vast, en oefent een blijvende invloed uit. Bovendien gebruikt Lybaert het filmmedium op knappe wijze, via een minimalistische maar doeltreffende beeldvoering. Ieder shot wordt gekenmerkt door een gedurfde keuze en een visuele kracht: met verzorgde kadrages en prachtige lichtomstandigheden wordt het fluwelen ‘Gyre’ daardoor meer dan een portret alleen.

Lybaert schuift dramatiek bewust opzij en vertelt dan alsnog veel, zonder onnodige franjes – dat is misschien wel de grootste verdienste van haar film. Ook de muziek van Nils Vermeulen is een schot in de roos. De soundscape onderschijft de knap evoluerende en ongrijpbare mysterieuze spanningsboog van de film.

De jonge regisseuse zorgt ervoor dat alle puzzelstukjes in elkaar vallen en levert een knappe film af. Naast Film Fest Gent zullen ongetwijfeld nog meer festivals niet blind blijven voor de kwaliteit van haar afstudeerwerk aan KASK School of Arts.

Jannes Callens
 
Melanie
rating

Duur: 15 min. | Land: | Regie: Jacinta Agten | Cast: , | Scenarist: | Producent: | Productiehuis:

Beklijvend en wrang zijn twee adjectieven die Jacinta Agtens oeuvre tot nu toe (kunnen) typeren. Met haar nieuwste film blijft de regisseuse trouw aan de korte vorm (daar zijn wij blij mee), maar slaat ze wel een iets zachtere weg in.

Ook kenmerkend voor Agtens werk – en waar ze niet van afwijkt – is dat de voornaam van één van haar hoofdpersonages steeds op de titelpancarte pronkt. Melanie, in ‘Melanie’, is een jonge vrouw op zoek naar haar biologische vader. Wie zoekt die vindt: de nietsvermoedende spermadonor heet Patrik (Bruno Vanden Broecke) en heeft ondertussen zelf een gezin. Melanie bespiedt hen vanachter een boom terwijl ze boodschappen uit de auto laden. Heel langzaam, en na grondig onderzoek van zijn online profiel, zoekt ze uiteindelijk contact.

Dat contact, tussen een positief verraste Patrik en een Melanie die nog niet zo goed weet waar ze eigenlijk naartoe wil, verloopt vooral terughoudend van haar kant. Hoe de twee personages elkaars grenzen aftasten werd mooi in beeld gebracht: in de two-shots zijn het vooral Melanies stiltes die boekdelen spreken.

‘Melanie’ is anders dan andere verhalen over de zoektocht naar een ouder (zie ook ‘Seul à seule’) omdat niet het onderzoek zelf uitgelicht wordt, maar wel de afloop: de onhandige eerste ontmoeting en het voorzichtig aftasten van elkaar. Ze is immers al een volwassen vrouw die het tot nu toe perfect alleen kon. De vraag rijst dan ook of zij in haar leven nog ruimte heeft (of wil maken) om Patrik een plaats te geven. Was het belangrijkste aspect van haar zoektocht dus de uitkomst, of toch eerder de weg zelf? Heeft ze door het afleggen van die weg, de bestemming nog nodig?

Net als in haar vorige films richt de regisseuse haar loep op de relatie tussen twee individuen en spit die uit. Vroeger verbeeldde ze die verhoudingen als voornamelijk dysfunctioneel, tot op het ongemakkelijke af. ‘Olav’ en ‘Vincent’ waren eerder aggresieve verhalen. In die zin is ‘Melanie’ minder confronterend en leunt de film meer aan bij een klassieke dramafilm. Veel kom je als kijker echter niet te weten over het hoofdpersonage, maar dat is misschien net het hele punt: van een kale reis terug.

Agten bewijst zich als acteursregisseur opnieuw erg kundig: de onbekende Femke Debeule overtuigt, en Vanden Broecke bevestigt zijn kunnen. Mooi dat zo'n intiem werk van eigen bodem een plaatsje kreeg binnen de internationale competitie van Film Fest Gent.

Jana Dejonghe
 
Erpe-Mere
rating

Duur: 20 min. | Land: | Regie: Noemi Osselaer | Cast: | Scenarist: | Productiehuis: | Filmschool: KASK

Met het non-narratieve, experimentele eindwerk ‘Erpe-Mere’ maakt Noemi Osselaer een bijzondere en bizarre studie van haar dorp. De KASK-student rijfde daarmee meteen een selectie voor Film Fest Gent binnen, en kreeg er een speciale vermelding van de jury.

‘Erpe-Mere’ start met een reeks impressiebeelden op het tijdloze tempo van een stoffige zomerdag op het Vlaamse platteland: tractors rijden uit, tussen de bomen is een quadrace aan de gang, boeren werken op het veld, koeien grazen in de wei. Weinig doet vermoeden dat enkele minuten later een nachtmerrieachtige stream of consciousness volgt, op gang getrokken door een meisje dat gaat slapen in haar tent.

De vijftien minuten durende psychedelische studie van het Erpe-Meerse landschap is er één die je niet kan voorspellen. Osselaer graaft met haar voelsprieten duidelijk twee kanten op: de visuele en de auditieve. Op beeld passeert vanalles de revue, voornamelijk in het donker van de nacht: close-ups van insecten, weides met of zonder dieren in, maïsvelden, plattelandsweggetjes. Een constante tijdens haar film zijn de koeien: ’s nachts slapen ze niet in de stal, maar grazen ze ongestoord verder in het gras. Zie je ze niet, dan loeien ze wel.

Osselaer heeft evenveel oor voor geluid en plaatst het auditieve prominent op de voorgrond: de wind door de bomen, getjirp van krekels, gekwaak van kikkers, geloei van koeien. Alles heeft de gloed van een rustige avond na een hete zomerdag, maar in deze droom worden de geluiden, hoewel nog steeds herkenbaar, aangevuld en vervormd alsof ze uit een unheimliche parallelle wereld komen. Een zomersfeer, maar dan vreemd en onheilspellend.

‘Erpe-Mere’ is een weinig narratieve film die evenzeer een soundscape als experimentele beeldencollage kan genoemd worden, waarin niet een personage maar wel de tandem beeld en geluid de hoofdrol spelen. De mutatie van het charmante Vlaamsche platteland zorgt voor een vervreemdend, bij momenten zelfs eng, en soms ook een bizar humoristisch effect. Het duidelijke maar trage ritme bouwt langzaam op naar een hypnotiserende climax.

Regisseur, director of photography en monteur Noemi Osselaer zag haar afstudeerfilm als een speelplaats om te experimenteren. Af en toe dreigt de film minder te boeien, maar de pas afgestudeerde filmmaakster weet wel een resultaat neer te zetten dat het psychedelische niet schuwt, en tegelijk vermijdt te ontsporen.

Jana Dejonghe
 
hier.
rating

Duur: 20 min. | Land: | Regie: Joy Maurits | Filmschool: St Lukas

In de observerende documentaire ‘hier.’ ontmoeten we een groep jongeren die samenkomen in en rond de lokale sporthal van Bazel. Daar leren ze niet alleen binnen de lijnen te lopen maar tasten ze ook elkaars grenzen af.

Joy Maurits’ afstudeerfilm aan Sint-Lukas Brussel leverde haar de prestigieuze juryprijs op tijdens het recente Film Fest Gent. De jury, bestaande uit de Brusselse filmposter-ontwerpster Amira Daoudi, de Guatemalaanse ‘Ixcanul’-regisseur Jayro Bustamante en The Hollywood Reporter-criticus Neil Young, lauwerde de compositie en montage van haar documentaire, “die wel als door een onzichtbare camera lijkt te zijn gecapteerd”.

In nauwe samenwerking met de cameraman slaagt Maurits er dan ook schijnbaar moeiteloos in om tussen de dunne kiertjes van deze specifieke microkosmos te loeren. Banale momenten ("de spaghetti staat in de koelkast") wisselen intiemere scènes ("ik vind je okselhaar vies") af. Maurits blijft steeds op een weloverwogen afstand – de camera filmt vanachter een skate schans of tussen de valmatten door. Zonder zich ergens mee te bemoeien, of die indruk wordt in ieder geval gewekt, leveren haar beschouwingen een amicaal en eerlijk puberportret op dat ons iets verklapt over jongeren en hun ontluikende adolescentie anno 2019. Fien Trochs ‘Home’ echoot af en toe in de verte.

De twintig minuten durende aaneenschakeling van korte glimpen tonen niet enkel die curiositeit tussen de jongens en meisjes, maar ook de bijna vanzelfsprekende knulligheid die met dat figuurlijke aftasten gepaard gaat. Ook hun flexibele vocabulaire - die wordt bijgeschaafd naargelang het gezelschap - en een lichte vorm van sociale media ennui zijn alomtegenwoordig. Op het einde van ‘hier.’ blijft een mix van al die indrukken hangen. 

Hoe de regisseur er met haar ploeg in is geslaagd die kleine tussenmomenten vast te leggen en een onbuigbare authenticiteit te bewaren: hopelijk komen we het nooit te weten. De gekozen anekdotiek is herkenbaar, en daardoor soms grappig, maar ook poëtisch. Dat Maurits haar geheimen op het einde niet prijs geeft, speelt in haar voordeel. ‘hier.’ blijft daardoor voor altijd een document over “daar”, en “toen”, en is net daarom ook tegelijk heel erg “nu”.

Niels Putman
 
Sun Dog
rating

Duur: 20 min. | Land: | Regie: Dorian Jespers | Cast: | Scenarist: | Productiehuis: | Filmschool: KASK

“Dear friends. Did you know? The snow isn’t only falling on here, but also on the lake of Novosibirisk, on a Lada in the Kamchatka, and on a whale in the Cara sea,” scandeert een vrouw, in het donker, wadend door de sneeuw tussen enkele hoge appartementsblokken. Steeds weer opnieuw.

In ‘Sun Dog’ zien we een Rusland vol ondraaglijke kilte en donkerte. De setting is dan ook het arctische Moermansk, waar in januari, gedurende een week lang, bijna totale duisternis heerst. “The longest night”, of “Polar night” heet dat – en die donkerte trekt Jespers door in zijn afstudeerwerk.

Fedor is slotenmaker en stapt van de ene flat naar de andere. Mensen vinden hun sleutels niet meer in het donker of zijn ze kwijt, en luchten meteen ook hun hele hart tegen Fedor - die het maar in stilte aanhoort. ‘Sun Dog’ is theatraal en licht bombastisch, maar dan op een intieme manier. Het is een allesbehalve gangbare afstudeerfilm, en dat is uitdagend maar ook zeer welkom.

De cameravoering is vanaf seconde één experimenteel: het beeld zweeft over een ondergesneeuwd Moermansk en de voice-over van Fedor (dan nog niet in beeld) becommentarieert wat er te zien is (“weer een trein”). Tot de camera, in vogelperspectief, Fedor vindt, plassend op zijn eigen schoenen en opkijkend naar de camera. Die vierde wand wordt door filmmaker Jespers voortdurend doorprikt: Fedor draait zich naar de camera alsof hij de kijker/cameraman rechtstreeks aanspreekt. De diepe, donkere kleurtinten en beeldvervormingen zijn daarnaast ook nog eens met een trippy, bijna ‘Requiem for a dream’- of ‘Enter the void’-achtige hallucinatie overgoten.

‘Sun Dog’ is trouwens niet de eerste kortfilm die Dorian Jespers in een met sneeuw overdekt landschap draait. Eerder trok hij samen met regisseur Déni Oumar Pitsaev naar Kazachstan voor diens ‘Looking for Déni’. Jespers afstudeerwerk is een vernieuwende, experimentele en poëtische fictiefilm. Heel benieuwd naar meer.

Sarah Skoric
 
Da Yie
rating

Duur: 20 min. | Land: | Regie: Anthony Nti | Cast: , , | Scenarist: , | Producent: , | Productiehuis: | Filmschool: RITCS

De naambekendheid van Anthony Nti kende in 2016 een enorme boost. De Antwerpenaar met Ghanese roots had dan eerder wel al prijzen gewonnen met zijn filmwerk en maakte ook al hippe videoclips. Maar bachelorfilm ‘Boi’ ging pas echt over alle tongen. De Vlaamse (kort-)filmfestivals reikten terecht zowat al hun prijzen aan hem uit, Nti won als niet eens afgestudeerde RITCS-student nog nipt geen Ensor.

Zo’n geslaagd project evenaren is natuurlijk geen makkie. Het jonge talent legde dan ook niet al zijn eieren in één mandje maar bleef (urban) bands voorzien van visuals. Ondertussen werd hij ook één van de regisseurs van de komende jongerenreeks ‘Hoodie’, een coproductie van Ketnet en Hotel Hungaria waarin een 16-jarige zijn parkourtalent gebruikt om misdaad in Brussel te bestrijden. En dan ook nog eens een masterfilm afwerken! Die ging Nti al in 2017 draaien in Ghana, met een crew waar vaste creatieve partner Chingiz Karibekov en ook Nti’s vader –als fikser en producer- deel van uitmaakten.

Da Yie’ was pas af in het najaar van 2019, maar haalde meteen brons op het wereldwijde concours CILECT – de internationale associatie van film- en tv-scholen – en werd ook geselecteerd door het Film Fest Gent 2019. De film wist daar voor een bomvolle zaal meteen de publieksprijs mee te kapen in de competitie voor Vlaamse studenten kortfilms.

Sterke start dus voor dit van donkere beelden druipende relaas rond twee Ghanese kinderen, die hun real-life prachtnamen Prince en Matilda meenemen naar het scherm. Matilda houdt van voetbal en van rap battles, al krijgen we daar maar een flard van te zien. Prince is meer voorzichtig en teruggetrokken dan zijn hartsvriendinnetje.

Die scepsis blijkt geen foute houding als Bohag, een volwassen oudere vreemdeling hen op sleeptouw neemt. Ze trekken naar de prachtige kusten van Ghana, wat een mini-'Moonlight'-referentie oplevert. Ze eten lekker en kijken voetbal, maar eindigen op een plek waar de jonge kinderen allerminst thuishoren. Helaas worden die verhaallijnen soms frustrerend snel afgehaspeld, vele draadjes hangen nogal los. Hoe zit Princes familiesituatie in elkaar, of die van Matilda? Hoe loopt het met Bohag af? En wat was die nu helemaal van plan?

Toch is Nti's nieuwste best een must-see. De fotografie van cameraman Pieter-Jan Claessens is soms fenomenaal. De kikvors-startbeelden van fladderend wegvluchtende kippen bijvoorbeeld, of de vogelperspectief eindbeelden van schitterend zingende locals. Dubbel spijtig dat beide beelden weinig lijken te maken hebben met onderliggende thema’s of een overkoepelend verhaal.

'Da Yie' biedt dus wat weinig samenhang maar wel enorm veel sfeer – ook met dank aan de subtiel gebruikte, opvallend sterke soundtrack van Maxim Hellincks en Milco Geryl. Benieuwd welk project het team-Nti ons een volgende keer voorschotelt.

Jan Sulmont

Pagina's

Subscribe to Kortfilm.be & Kutfilm.be RSS