De Ensors, van geen belang.

Met enige poeha werd begin augustus bekend gemaakt dat de Vlaamse psychologische thriller Waste Land dertien nominaties in de wacht kon slepen voor de Vlaamse filmprijzen, de Ensors. Dat is niet geheel onverdiend natuurlijk; de derde film van Pieter Van Hees is een (voor Vlaanderen) uitzonderlijk duistere en prima in beeld gezette psychothriller. Maar is hij zoveel eer waard? Of meer zelfs, hoeveel eer moet je eigenlijk toedichten aan een Ensor-nominatie? Door de berichtgeving rond de Ensors ontstaat een licht verwrongen beeld op Waste Land. Men moet zich immers al verder informeren om tot het besef te komen dat er simpelweg bijzonder weinig concurrentie was en de autoriteit van de Ensors zeer relatief is. Wij plaatsen dan ook enkele vraagtekens bij de zinvolheid van deze Vlaamse Oscars.

De Ensors zijn, voor alle duidelijkheid, zomaar filmprijzen zoals u en ik die eigenlijk ook zouden kunnen uitreiken, de KUT-awards of wat dan ook, waarom niet?. Vzw Les Films du Bord de Mer, die jaarlijks het filmfestival van Oostende organiseert – een initiatief dat in samenwerking met de toeristische dienst gebeurt – heeft 5 jaar geleden het goede idee gehad opnieuw filmprijzen uit te reiken nadat de Joseph Plateauprijzen eerder een stille dood stierven. De kans werd gegegrepen om hun nog altijd wat bescheiden filmfestival enig cachet en media-aandacht te geven, maar het wordt best serieus genomen en er wordt o.a. jaarlijks een zeer deskundige jury samengesteld, bestaande uit mensen die in allerlei takken van de filmsector werkzaam zijn. Op zich is daar dus niets mee. Alleen is de autoriteit die het publiek zou kunnen toedichten aan deze jury en het belang van deze prijzen dus zeer relatief. 

Nu, we gunnen de Vlaamse filmsector zijn Oscars, zijn gala en zijn zichzelf fêterende avond wel. Maar moet dat onder het mom van een wedstrijd? Want is het niet een beetje triestig dat je prijzen uitreikt in meer categorieën dan er kandidaten zijn? En hoe trots moet je zijn op een land waarvan de beste film vorig jaar Marina was, een dodelijk saaie en al te traditionele, zelfs banale crowdpleaser?

Terug naar af

We zijn na een periode met een aantal succesfilms als De Helaasheid der DingenRundskop en The Broken Circle Breakdown, dus duidelijk terug op een dood spoor beland. Vorig jaar kwamen slechts 10 films in aanmerking voor een filmprijs. De jury had 14 beeldjes uit te reiken en kon dus de koek (enigszins) verdelen. Kwestie van iedereen tevreden te stellen want die juryleden moeten nadien wel gewoon weer aan de slag met net die mensen die ze al dan niet een prijs toegekend hebben.

Dit jaar zijn er 13 films die samen het Vlaamse filmjaar vormden, drie co-producties met een erg beperkte Vlaamse inbreng even buiten beschouwing gelaten: de heerlijke psychogruwel Alleluia van Fabrice du Welz, het fel bekritiseerde Argentijnse La Tierra Roja met Geert Van Rampelberg en de vermakelijke komedie Je suis mort mais j’ai des amis. Zij beconcurreren elkaar in de categorie ‘Beste coproductie’.

Van de dertien kanshebbers zijn er vier films die geen enkele nominatie kregen, en dat is aannemelijk gezien de lauwe manier waarop ze ontvangen zijn door pers en publiek. Wij vonden zelfs geen KUTrecensie terug van Plan Bart van Roel Mondelaers, Lee en Cindy C van Stany Crets, Foute Vrienden, de film en Bowling Balls van Marc Punt. De situatie is dus gelukkig nog niet zo dramatisch dat men tot echt bedroevende films zijn toevlucht moet zoeken om de categorieën te vullen (met telkens drie kandidaten overigens).

Wie werd dan wel genomineerd?

De enige rubriek waarvoor Waste Land van Pieter Van Hees niet in aanmerking kwam is Beste debuut, maar verder werd de prent genomineerd in alle categorieën: film, regie, scenario, acteur, actrice, acteur in een bijrol, actrice in een bijrol, D.O.P (director of photography), art direction, make-up, montage, muziek en kostuums. Wie de genomineerden precies zijn, vind je op de website van de Ensors eigenlijk niet terug. 

Paradise Trips, het regiedebuut van Raf Reyntjes, brengt een conventioneel verhaal met flair in beeld en wordt daarvoor beloond met negen nominaties (acteur, acteur in bijrol, actrice in bijrol, debuut, kostuums, scenario, regie, make-up en Beste Debuut). 

Welp, het amusante horrorfestijn van Jonas Govaerts, werd vijf keer beloond met een nominatie. Hopelijk vindt de debuterende cineast dat voldoende, want over onze twee sterrenquotering was hij alvast niet te spreken. Welp maakt kans op een Ensor voor Beste debuut, make-up, muziek, art direction en acteur in een bijrol.

Violet, de over het algemeen zowat het hoogst gewaarde film uit de rij, maakt kans op vier Ensors: beste D.O.P, regie, film en montage. Vier is niet zoveel, maar wat ons betreft is Violet in elk van die categorieën wel de beste. Eveneens in de running voor vier prijzen is de documentaire N-The Madness of Reason: Beste Film, D.O.P., montage en muziek.

Drie nominaties zijn er voor Image van Adil El Arbi en Bilall Fallah, wat een mooie aanmoediging zou zijn, ware het niet dat alle drie de nominaties voor acteurs zijn. Nochtans kreeg Laura Verlinden best wat kritiek voor haar vertolking. Met twee nominaties heeft Brabançonne wat weinig waardering gekregen (Beste actrice en Beste kostuums), maar anderzijds was dit voor een regisseur als Vincent Bal een te makke prent.

Lucifer van Gust Van den Berghe werd dan weer genomineerd voor Beste scenario terwijl de bruiloftkomedie Trouw met mij van Kadir Balci kans maakt op de Ensor voor Beste debuut, dat we veronderstellen dat van hoofdactrice Sirin Zahed is.

De Ensors zijn zomaar filmprijzen zoals u en ik die eigenlijk ook zouden kunnen uitreiken..

Moet je dat vieren? 

Over deze negen producties hoeven we ons als filmland niet echt te schamen. Maar het zijn en blijven er wel maar een heel teleurstellende, schamele, triestige negen. Moet je dat vieren? “Voor een kleine regio is Vlaanderen uitzonderlijk productief en succesvol. De Vlaamse film blijft scoren in binnen- en buitenland, en Filmfestival Oostende is er trots op dat de Ensors een mooi hoogtepunt blijven in de steeds drukker wordende Vlaamse filmjaren”, zo klinkt het officieel bij Les Films du Bord de mer. Lulkoek, vinden wij, hoe fervent we ook supporteren voor elke Vlaamse productie. 

Andere media supporteren overigens ook, merken we. In overdreven mate vaak, en in het geval van de Ensors dus een stuk minder kritisch dan KUTsite. Maar aangezien vrijwel geen enkele van deze films ook daadwerkelijk profijt heeft bij zo’n Ensor – we wachten op de eerste promocampagne die aanvangt met ‘Genomineerd voor 5 Ensors!’ of ‘Met in de hoofdrol de Ensorwinnende acteur…’ – lijken deze prijzen dus voornamelijk amper twee functies te hebben: krantenvulsel en marketing voor het festival van Oostende. En als het dus dat maar is en de filmbuit zo mager is, wie geeft er dan een reet om de Ensors?

Als de Vlaamse filmindustrie het zo bedroevend slecht doet – je krijgt maar kwaliteit door kwantiteit – zou protest, weerstand, actie, revolte, oproer, muiterij dan niet meer op zijn plaats zijn dan alweer toastjes en cava op de rode loper, in afwachting van een Ensoreditie waarbij de koek tussen minstens 20 films moet verdeeld worden? 

De Ensors worden uitgereikt op 19 september. De jury bestaat uit voorzitter Jan Leyers, actrice Viviane De Muynck, acteur Jurgen Delnaet, production designer Kurt Rigolle, regisseur Joël Vanhoebrouck, muzikant Johan Verschaeve, schrijver Peter Terrin, cameraman Frank van den Eeden en producent Mariano Van Hoof. 

 

Sven De Schutter