The Theory of Everything

Genre: Biopic | Duur: 2u03 | Release: 0 - | Land: Groot-Brittannië | Regie: James Marsh | Cast: Charlie Cox, Emily Watson, David Thewlis, Felicity Jones, Eddie Redmayne

Bij de jaarlijkse Academy Awards zijn er altijd wel enkele producenten die net iets te expliciet lijken te smeken om een Oscar. Het met vijf nominaties bekroonde The Theory of Everything is zonder twijfel zo’n film. Biopics over genieën die ondanks een beperking of andere moeilijke omstandigheden toch een buitengewone prestatie leveren, kan gewoonlijk op veel lof rekenen bij de betreffende jury. Zolang dit genre in handen is van een sterke cast en filmmakers met blijk van vakmanschap, is een visie en eigen stijl van de regisseur doorgaans minder van belang. Dit bewezen eerder al films als A Beautiful Mind en The Iron Lady. Allicht zullen de juryleden ook bij dit levensverhaal van de visionaire Stephen Hawking de ernst van het onderwerp laten primeren hebben op de stijl. De film leunt immers te vaak op gemakzuchtig sentiment in plaats van de kijker te verblijden met een meer oprechte en ervaringsgerichte aanpak.

De film focust voornamelijk op de band tussen Stephen Hawking en zijn vrouw Jane en hoe zijn ziekte gaandeweg begint door te wegen op hun relatie. Religieuze thema’s worden hierbij niet ontlopen en dienen vooral de tweespalt tussen de geliefden te onderstrepen. Regisseur James Marsh – die eerder al een Oscar won voor de treffende documentaire Man on Wire – koestert te veel adoratie voor zijn onderwerp en stuurt weinig subtiel de beleving van de kijker. Dit vertaalt zich onder meer via de (eveneens genomineerde) soundtrack die te nadrukkelijk de emotie van de kijker dicteert. Maar ook cinematografisch ziet het er allemaal nogal afgelikt uit. We worden overladen met beelden waarin fel zonlicht de interieurs ophemelt terwijl oranje en blauwe kleurpaletten afwisselend de stemming van de personages visualiseren. Bij momenten lijkt er zelfs een suikerzoete zweem rond de personage te hangen die we normaal voornamelijk bij films op VIJF waarnemen. Het zorgt ervoor dat het geheel nogal onpersoonlijk aanvoelt en overtollige klefheid het onthullen van de ware tragiek in de weg staat.

Deze met Oscarnominaties overladen biopic dicteert te nadrukkelijk de emotie van de kijker.

 Voor deze prent kregen Eddie Redmayne en Felicity Jones hun eerste Oscarnominatie. Redmayne doet zijn uiterste best om Hawking’s tics zo getrouw mogelijk te imiteren. Gezien dit soort rollen maar al te gemakkelijk vervallen tot een karikatuur, brengt hij het er best goed vanaf. Het is dan ook mede dankzij de acteurs dat de film nog enigszins overeind blijft. The Theory of Everything is op zijn minst de nominatie voor beste film niet waard en het is dan ook overduidelijk dat die eer, net zoals bij The Imitation Game, te danken is aan de in de verf gezette genialiteit van de hoofdfiguur en het op ware feiten gebaseerde, maar melige scenario. Dat is echter voldoende onderbouwd om u toch te laten genieten van deze film. 

Bert Coppens Helemaal (niet) akkoord? Lees de

Let op: wanneer u verder gaat zit de kans er dik in dat het einde van de film verklapt wordt met alle gevolgen voor uw filmervaring vandien.

ik wil mijn pret bedorven zien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Doordat Hakwing’s ziekte het onhoudbaar maakt voor Jane om voor de kinderen te zorgen, halen ze de hulp in huis van de lokale predikant Jonathan. Doorheen de jaren krijgt Jane gevoelens voor Jonathan en nadat Hawking een ingrijpende operatie begaat, beslist ze een nieuwe hulp in huis te halen. Elaine is de nieuwe hulp die de taken overneemt van Jonathan en na een tijd groeit er intimiteit tussen Hawking en Elaine. Wanneer Hawking beslist om met Elaine naar Amerika te reizen, beslissen hij en Jane om uit elkaar te gaan.