US vs EU - Een ongelijke strijd?

Impact van de wereldhandelsorganisatie op audiovisuele diensten en de Europese cinema

Gebaseerd op: PAUWELS (C.) & LOISEN (J.). Naar een nieuwe globale audiovisuele orde. In: I&I, 2002, vol. 20, nr. 3, pp. 35-41 Sinds 1995 is een globaal regulerend kader bevoegd voor de handel in audiovisuele diensten, waaronder ook bioscoopfilms gerekend worden. Voorlopig is daar nog weinig van te merken op nationaal en lokaal vlak. Maar hoezeer de invloed van de economische instelling WTO op cinema nu nog latent is, hoe meer invloed komende jaren kan verwacht worden. Zelfs in die mate dat de vrees voor de teloorgang van een diverse en pluriforme Europese cinema niet geheel onterecht is. Een andere kijk op het Europese filmbestel dringt zich op.

Geschiedenis : van GATT naar WTO

Vooreerst een stuk geschiedenis: de wereldhandelsorganisatie (WTO ? World Trade Organization) is de opvolger van het General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Dit is een akkoord waarin regels worden vastgelegd om de handel tussen naties (de ondertekenaars van het akkoord) vrij te maken. Dat betekent dat handelsbelemmeringen, zoals bv. hoge belastingen op de import van buitenlandse producten, stelselmatig zouden moeten worden weggewerkt. Het GATT werd afgesloten in de geest van ?nooit meer oorlog? net na WO II, een oorlog waar protectionistisch beleid (dus met veel handelsbelemmeringen) van naties tijdens het interbellum mede heeft toe bijgedragen. Door deze economische liberalisering (open stellen van grenzen voor buitenlandse producten) zouden staten op een meer gelijkwaardige voet handel drijven wat op zijn beurt coöperatie versterkt en economische spanningen, die al te dikwijls ook tot politieke spanningen leiden, vermindert. Het GATT is in feite een akkoord dat een reeks handelsregels overschouwt. De regels worden om de x aantal jaar aangevuld doordat onderhandelingen eromtrent in opeenvolgende onderhandelingsrondes worden besproken. Aldus breidt het globaal regulerend handelskader zich voortdurend uit. Dat is ook het basisprincipe van het GATT en nu de WTO (waarvan het GATT nu onderdeel is): progressieve liberalisering. Telkens wanneer de handelspartners een nieuwe onderhandelingsronde besluiten zijn meer sectoren opgenomen en is het reeds bestaande kader uitgebreid, m.a.w. de regels t.a.v. wereldhandel worden steeds verder geliberaliseerd en handelsbelemmeringen worden stelselmatig uit de weg geruimd. In oorsprong is het GATT een akkoord dat zich enkel richt op industriële en agrarische goederen. Toch trachtten de Verenigde Staten reeds vanaf de eerste onderhandelingsronde ook de audiovisuele markt aan de GATT-regels te onderwerpen. Dat illustreert al een eerste keer dat de belangrijkste handelsmacht audiovisuele goederen (toen in hoofdmate bioscoopfilms) louter als een verhandelbaar goed zien. De vraag om audiovisuele producten in het GATT op te nemen stuit echter op weerstand van Europa, waarbij vooral de Fransen zich heftig roeren in het debat. Enerzijds op basis van culturele redenen en anderzijds door de relatieve zwakte van de Europese audiovisuele sector tegenover de Amerikaanse, verzet Europa zich tegen de Amerikaanse eis. Telkens de Amerikanen in de onderhandelingen de liberalisering van de sector aankaarten ? zoals opnieuw vurig gedaan werd, wanneer televisieprogramma?s in de jaren ?60 steeds populairder werden ? countert Europa met het verweer dat audiovisuele diensten een cultureel goed zijn en de GATT-regels daar niet voor bevoegd zijn.

De Uruguay-ronde

Vanaf 1995 liggen de kaarten echter anders. Vanaf 1986 tot 1994 vindt immers de ?Uruguay-onderhandelingsronde' plaats. Daar wordt gezien het toenemend belang van de tertiaire sector en de onderbenutting van het winstpotentieel in deze sector(en) doordat markten hier nog te veel afgeschermd worden, een aanvang genomen met de liberalisering van de dienstensector. Ook audiovisuele diensten behoren hiertoe. De grote handelsmogendheden trekken de kar om een, analoog aan het GATT, regulerend kader te scheppen dat de vrijmaking van de globale dienstenmarkten (bv. Financiële, juridische, toerismediensten) initieert. Ook Europa ziet heil in een toename van afzetmarkten voor hun bedrijven die diensten aanbieden en zet zich achter de ontwikkeling van een akkoord voor dienstenliberalisering. Uiteindelijk wordt door alle handelspartners het GATS (General Agreement on Trade in Services) ondertekend, het kader dat de liberalisering van diensten uitstippelt. Wanneer audiovisuele diensten echter op de onderhandelingstafel komen, ontspint zich een oude polemiek. De Amerikanen verwachten natuurlijk dat hun wens om de audiovisuele dienstenmarkt vrij te maken ? en de uitvoer van hun producten (films, televisiesoaps, ...) dus niet geconfronteerd wordt met handelsbarrières ? nu ingewilligd kan worden. Te meer daar Europa op het interne vlak door het uitvaardigen van de richtlijn Televisie zonder Grenzen zelf aanstuurt op een liberaler benadering van de audiovisuele sector en bovendien uitgerekend de Fransen in eigen land de nationale zender TF1 privatiseren. Toch wordt tijdens de Uruguayronde opnieuw op basis van culturele argumenten, en opnieuw met de blijvende zwakte van de eigen audiovisuele sector t.a.v. die van Amerika in het achterhoofd, verzet aangetekend t.o.v. de liberalisering. Europa vreest dat indien ze haar quotasysteem (dat zijn beperkingen op de invoer van buitenlandse goederen, i.e. een beperkt procentueel aantal ingevoerde televisieprogramma?s, films etc.) en subsidies aan de eigen audiovisuele sector (beide volgens de GATT & GATS filosofie handelsbelemmeringen die op termijn dus moeten opgeheven worden) niet meer kan aanwenden, overspoeld zullen worden met buitenlandse/Amerikaanse audiovisuele producten. Doordat de productiekosten van Amerikaanse audiovisuele diensten immers reeds op het thuisfront in grote mate terugverdiend worden, betekent dit dat uitvoer naar o.a. Europa pure winst is en dus lage prijzen kunnen gevraagd worden. Dit in tegenstelling tot Europese audiovisuele diensten die hun kosten op de Europese markt nog moeten terugverdienen, dus hoge prijzen moeten aanrekenen en bovendien minder mogelijkheden hebben om hun producten uit te voeren (Amerika heeft immers op audiovisueel gebied de voordelen van de taal die universeel. gesproken wordt, een grote traditie, en ? vanuit economisch oogpunt ? een commercieel gerund audiovisueel systeem)

Moedig Europa?

Op basis van al deze overwegingen weigert Europa dus de regels voor de liberalisering van audiovisuele diensten te ondertekenen. De Europeanen trachten voor de audiovisuele sector een culturele uitzondering te bekomen, waarbij de liberaliseringsregels dus niet van toepassing zijn op audiovisuele diensten, gezien hun culturele aard. Bovendien kunnen ze zich beroepen op een regel in het GATS kader waarbij voor een bepaalde periode (in sé 10 jaar) de onderhandelde sector uitgesloten wordt van MFN verplichtingen. Dat laatste betekent dat ze niet moeten voldoen aan de Most Favoured Nation regel (MFN) die stelt dat concessies (in de zin van opheffen van handelsbelemmeringen) voor alle handelspartners gelijk moeten zijn en in feite de motor is achter de liberaliseringsdynamiek. In de polemische discussie beginnen de VS zich echter ook harder op te stellen en op het eind van de Uruguayronde vervalt de discussie omtrent de audiovisuele sector in een patstelling. Het GATS kader wordt aanvaard, maar t.a.v. de audiovisuele sector worden een resem uitzonderingen bekomen op het MFN principe, wat dus betekent dat Europa haar handelsbarrières (quota en subsidies) kan handhaven. Het bereikte resultaat wordt in de Unie en de Europese media onthaald alsof het een overwinning betrof op de Amerikaanse neoklassieke visie op culturele producten. Toch is de uitkomst genuanceerder: het is de Europeanen niet gelukt een culturele uitzondering te bekomen en bovendien heeft het zich door het GATS kader (waarin artikel XIX progressieve liberalisering beoogt op een termijn van maximaal 10 jaar) te ondertekenen verplicht om in de toekomst werk te maken van de liberalisering van de audiovisuele sector.

Van Seattle naar Qatar

Sindsdien is al heel wat tijd verstreken en wordt na een eerste mislukking om een nieuwe ronde op te starten in Seattle (mede door de acties van andersglobalisten), na een tweede ? gelukte ? poging in Doha, Qatar nu toch aanvang genomen met een nieuwe onderhandelingsronde. Uiteraard staan de besprekingen omtrent de verdere liberalisering van audiovisuele diensten op de agenda. Door het GATS te ondertekenen zien de Europeanen zich verplicht liberaliseringsstappen te ondernemen. De liberalisering en commodification of culture is m.a.w. onvermijdelijk en onomkeerbaar. Waartoe dit alles echter zal leiden is echter nog onduidelijk en in grote mate onvoorspelbaar. Toch tekenen zich reeds trends af die doen vermoeden rond welke punten de onderhandelingen zullen draaien. Zo zal de discussie rond audiovisuele diensten zich niet enkel situeren rond de specifieke GATS-regels over de auiovisuele sector, maar zullen ook andere GATS elementen, alsook andere regels (waaronder die uit het derde akkoord waarvoor de WTO bevoegd is, het TRIPs, dat handelsgerelateerde aspecten van intellectuele eigendomsrechten reguleert) een mogelijke invloed uitoefenen op de besprekingen. Zo geeft een Amerikaans voorstel t.a.v. de agenda voor onderhandelingen over audiovisuele diensten reeds aan dat zij kaart van de toenemende convergentie tussen internetdiensten en audiovisuele diensten zullen spelen. De regels voor telecommunicatie- en internetdiensten zijn immers veel stringenter. Doordat beide sectoren steeds meer naar elkaar toegroeien en als gevolg van de patstelling tijdens de Uruguayronde audiovisuele diensten onnauwkeurig zijn gedefinieerd (kwestie van alle partners niet voor het hoofd te stoten) zullen de Amerikanen trachten audiovisuele diensten te laten onderwerpen aan de sterke regels voor telecommunicatiediensten. Sterker nog, is het niet onmogelijk dat de VS, daarin gesteund door een andere grootmacht op de electronische markt, Japan, zullen pogen audiovisuele diensten te classificeren als virtuele goederen, waardoor ze onder het GATT kader vallen. En daarin zijn de regels reeds zeer sterk en verfijnd. Bovendien is door de onduidelijke definiëring de rechtsinterpretatie door het geschillenorgaan ? dat zeer zware sancties kan opleggen ? van de WTO onzeker. Verder kunnen audiovisuele werken ook onder het TRIPs kader vallen gezien dat de met handel verband houdende aspecten van intellectuele eigendomsrechten reguleert en waarin regels zijn opgenomen die slechts in beperkte mate de morele rechten van auteurs ondersteunen en veel meer de bedrijven steunen die verantwoordelijk zijn voor de (re)productie op grote schaal en verspreiding op de (wereld)markt. Het Europese audiovisuele systeem dat nog in grote mate gebaseerd is op cultuurprotectionistische maatregelen staat dus op losse schroeven, te meer ook daar op het interne gemeenschapsvlak steeds meer aangestuurd wordt op een economischer benadering van de culturele sector. Het is van belang een beleidsvisie te ontwikkelen waarin een evenwicht gezocht wordt tussen economische en culturele doelstellingen, zodat op die manier niet alleen meegespeeld kan worden op de globale audiovisuele markt die onvermijdelijk tot stand zal komen/is gekomen, maar ook culturele diversiteit en pluriformiteit blijvend nagestreefd kan worden.

Het einde van de Europese cinema?

Concreet betekent dit voor de Europese cinema, die zwaar gesubsidieerd wordt, dat beleidswijzigingen en de ontwikkeling van een alternatieve visie op cultuurgoederen zich opdringen. De kapitaalinjecties van overheidswege zullen in toenemende mate tot het verleden behoren en nieuwe financieringsbronnen dienen te worden gezocht. Indien uitsluitend in huidige neo-liberale logica wordt meegegaan zullen onrendabele bioscoopfilms door het wegvallen van gesubsidieerde kapitaalinjecties tot het verleden behoren. Een vanuit economisch oogpunt logisch gevolg, maar vanuit cultureel oogpunt waarschijnlijk gemis. Enkele uitzonderingen nagelaten kan verwacht worden dat de kwaliteit van de Europese cinema daalt. Aan de andere kant ligt/lag de oplossing ook niet in het teruggrijpen naar een puur cultuurprotectionistisch beleid, voor zover dat überhaupt nog mogelijk is. Blijven geld steken in (soms zgn.) kwaliteitsvolle audiovisuele producten ? waar de verdelingsregels dan nog vaak zeer onduidelijk en betwistbaar bleken ? waar geen kat naar komt kijken kan ook geen oplossing zijn (hiermee raken we de debatten aan over wat cultureel belangrijk is, wat kwaliteit is enz. ? debatten die, hoewel interessant, niet in dit stuk aan bod kunnen komen). Een alternatieve visie dus die economische en culturele doelstellingen verenigt en die het dossier voeden waarmee de Europese onderhandelaars naar de WTO-onderhandelingsronde trekken. Het breed maatschappelijk debat dat hiertoe kan leiden zal moeilijk zijn. Dit lijkt weinig concreet en wollig taalgebruik en dat is het in zekere zin ook omdat vooralsnog verantwoordelijke instanties nauwelijks aanstalten maken om deze discussie te voeren, zowel op nationaal niveau als op Europees niveau. Een eerste concrete stap tot een coherent antwoord op de toenemende commodification of culture is dan ook dat de oude tegenstelling tussen een paternalistische visie op cultuur en een economisch denken van bezoekers- of kijkersaantallen als kwaliteitsgraadmeter terzijde wordt gezet en een constructief debat tussen de verschillende belanghebbenden (producenten, artiesten, distributeurs, bedrijven, staat, ... én publiek) wordt aangegaan. Hoewel deze oproep waarschijnlijk in dovemansoren valt, zijn er instanties die deze discussie wel kunnen lanceren: bijvoorbeeld de Vlaamse filmintendant op lokaal/nationaal vlak, UNESCO op wereldvlak of zelfs de andersglobalistenbeweging die vele raakpunten zullen herkennen met hun strijd tegen huidige globalisering op eender welk vlak...

 

Jan Loisen

 
Ruimtevaart en de digitalisering van de cinema

Voor wie het nog niet wist, we leven in een tijd waarin alles gedigitaliseerd wordt. Met een paar éénen en nullen kunnen we alles aan. Behalve cinema blijkbaar, want de goeie oude bioscoopfilm, die bekijken we voorlopig nog via filmrollen. \'Voorlopig\' want of je het nu leuk vindt of niet, de industrie test nu al de commerciële haalbaarheid van filmdistributie op digitale wijze via satelliet. Het Europese Ruimtevaart Agentschap ESA werkt samen met een aantal ondernemingen aan een project dat moet zorgen voor een radicale verandering. De filmrollen, de pellicule die zo typerend is voor cinema gaat verdwijnen en wordt simpelweg vervangen door digitale bestanden. Het feit dat je als distributeur deze filmspoelen niet langer moet aanmaken en transporteren zorgt duidelijk voor een financieel voordeel dat hoogst waarschijnlijk één van de drijvende krachten achter dit project is. Het niet verslijten van de tape met het daaruitvolgend behoud van beeldkwaliteit zijn niet te onderschatten pluspunten. Maar is dit voor sommigen nu net niet één van de charmes van het grote scherm? Die typerende imperfecties aan de zijkanten, het geratel achteraan in de zaal tijdens stille scènes, ... soit, ik overdrijf. Wat gebeurt er nu concreet? In tien bioscopen (in Oostenrijk, Duitsland, Italië, Spanje en Engeland) ontvangen de voor het \"E-screen project\" geselecteerde cinema-uitbaters via computer en satelliet een volledige film, zijnde ongeveer 60 Gigabyte aan informatie. Merk op dat tegenwoordig de allernieuwste huispc ongeveer zoveel harde schijfruimte meekrijgt. U zal zeggen: \"Digitale televisie dat kennen we toch al langer\"! Inderdaad, maar daar is het schermpje veel kleiner. Begin maar eens zo\'n reusachtig bioscoopscherm in pixels op te delen. Voor zoveel schermruimte moest men sterk gaan compresseren, zeg maar de grote originele bestanden proberen te verkleinen om ze makkelijker te kunnen versturen. Twee uur film (of uiteraard elke andere audio-visuele inhoud) zal een origineel ongecompresseerd bestand hebben van 1300 GB (d.i. ongeveer 30 harde schrijven zoals wij ze kennen). Dit kan dus nu al omgezet worden in een bestand van 50,7 GB, wat toch al beduidend minder is. Voor de volledigheid zeg ik er even bij dat het bekomen formaat SMPTE-292M/24p heet en dat er ook een aantal encrypties ingestopt werden om een veilige overdracht mogelijk te maken. Een resolutie van 1920 op 1080 aan 24 frames per seconde moet de typische beeldkwaliteit van traditionele filmprojectie garanderen. Met dit project slaagt men er dus in om een gecompresseerde inhoud ergens af te leveren via satelliet, ongeacht de projectietechnologie die de bioscopen gebruiken. De gevechten om een standaard zullen wel volop aan de gang zijn, maar daar hebben we helaas geen zicht op. Het \'E-screen netwerk\' bestaat uit een centrale hub en een oneindig uit te breiden gemeenschap van ontvangers. En als je bedenkt dat de satellietkosten dalen met het aantal ontvangers, weet je dat de distributeurs niets liever hebben. Het is ook daarom dat satelliet gekozen werd boven een fysiek breedbandnetwerk op grondniveau. Een wereldwijd bereik via satellieten is al snel een feit, terwijl een kabelnetwerk steeds moet uitgebreid worden per nieuwe ontvanger. België is hier wel de uitzondering op de regel, maar voor ons overbekabelde Belgenlandje alleen zullen ze niet echt geaarzeld hebben, denk ik. Het uitdagende aan dit satellietsysteem is dat cinema\'s nu niet alleen vooraf opgenomen inhoud kunnen tonen, maar dat ze ook live beelden zullen kunnen aanbieden. En daar verandert misschien het hele concept van een bioscoopfilmpje meepikken. Je zal kunnen kiezen tussen film, live muziek, sport, theater, nieuws,... Wie weet gaan we wel terug naar het begin van de cinema waarbij mensen nieuws keken in de bioscoopzalen? Alles is mogelijk als er maar volk op af komt. En dat is men nu dus aan het testen. Men definieert in de betrokken testzalen het \'businessmodel\' van de toekomstige cinema. Afwachten dus, maar vergeet niet dat het moet opbrengen en dat de consument nu al bijna verstikt in de vele mogelijkheden van het reeds bestaande media-overaanbod. Kortom, wait and see, maar ga toch snel nog even een verslijtbare film zien voor het te laat is!

 

Tim Somers

 
Promotiebeleid in de Vlaamse en Europese cinema

Luckas Vander Taelen: filmintendant

Nieuwbakken Vlaams filmintendant Luckas Vander Taelen zetelt in 2002 nog een tijdje voor de groenen in het Europees parlement. Eén van zijn belangrijkste wapenfeiten daar was de creatie van een rapport over de Europese film, 'Over een betere verspreiding van Europese films op de interne markt en in de kandidaat-lidstaten', dat in november 2001 werd goedgekeurd. Het verslag dat rapporteur Luckas Vander Taelen in Straatsburg opstelde voor de commissie 'Cultuur, Jeugd, Onderwijs, Media en Sport' stelt in 2000 binnen de EU een marktaandeel van 22.5% vast voor de Europese film. Dat aandeel was drie maal groter in de jaren zestig, terwijl Europa nu méér films produceert dan de Verenigde Staten! Het rapport overloopt bestaande en te creëren regelgeving. De waslijst aanbevelingen omvat o.a. een 'interconnectie-systeem' waardoor producenten toegang krijgen tot fondsen in andere lidstaten, meer aandacht voor beeldcultuur in het onderwijs en meer ondersteuning voor promotie (in Europa nu 5% van het budget, in Hollywood 30%). Tegen 2005, stelt het rapport, kunnen 350.000 jobs worden bijgecreërd in de Europese audiovisuele sector. Dat betere promotie essentieel is voor de Vlaamse en voor de Europese film, wordt een strategische invalshoek binnen het nieuwe Vlaamse filmbeleid dat Vander Taelen mee vorm zal geven. Een ander aandachtspunt daarin is de medewerking van de (openbare en commerciële) televisieoproepen bij de film. In zowat alle Europese regio's is die wettelijk vastgelegd, in Vlaanderen slaagt onder andere Bert De Graeve erin die politieke vraag onder het zand te schuiven. Met Vander Taelen aan het hoofd van de Vlaamse film en met de herziening van de Europese 'Televisie zonder grenzen'-richtlijn die voor 2002 op stapel staat, mogen we hopen dat dat verandert. De Belgische tak van betaalzender Canal+ investeerde alvast vijf miljoen Belgische frank in Villa des Roses van Frank Van Passel. Als de nieuwe filmintendant erin zou slagen de taksen op het abonnementsgeld voor Canal+ te halveren, zo kondigde directeur Patrick Tilleux in 1999 aan, kan en wil Canal+ zo'n 3 miljoen Euro per jaar in film investeren?. Het Franse Canal+ speelt alvast -wettelijk verplicht- een gigantische rol in het succes van de enige Europese film die écht goed draait, met name de Franse. De betaalzender uit ons buurland zorgde ervoor dat Mulholland Drive toch een film kon worden, investeert in ontelbare Europese films (Le Fabuleux destin d'Amélie Poulain, bijvoorbeeld) én is hoofdsponsor van de jaarlijkse uitreiking van de Césars.

27e Nuit des Césars

Die Césars werden op zaterdag 2 maart 2002 voor de 27ste keer uitgereikt door de 3025 koppen tellende Académie des Arts et Techniques du Cinéma. Grote winnaars werden Sur mes Lèvres van Jacques Audiard en, uiteraard, Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain van Jean-Pierre Jeunet. Deze laatste, de nummer één in de K.U.T-top tien van 2001, kreeg maar liefst 13 nominaties. De film ontving een stuk minder prijzen, maar wel de allerbelangrijkste: beste film en beste regisseur. Verder werden ook de muziek (van Yann Tiersen) en het decor, dat het Parijse Montmartre nog feeërieker toont dan het al is, met een beeldje bedacht.De Nuit des Césars bleek weer een uitstekende staalkaart van wat de francofone zevende kunst heeft te bieden. Vraag is nu hoeveel van de vijf nominaties Amélie Poulain op 24 maart in oscars zal kunnen omzetten. Maar eigenlijk doet dat er niet zoveel toe. Het doel, promotie voor de Franse en in extenso de Europese film, is allang bereikt. Hopelijk kan in het kielzog van de huidige hausse ook de Vlaamse film een graantje aandacht meepikken. Herinner u de prijs die Pauline en Paulette in Cannes binnenreef. En constateer dat Frank Van Passel overal, naast het Britse filmkoppel Merchant-Ivory, ookDelicatessen van Jeunet (waarover kritische stemmen zeggen dat 'Amélie' er maar een doorslagje van is) als invalsbron voor Villa des Roses vermeldt. Met name de tuyauterie is in beide films prominent aanwezig. Hoe bedoelt u, u begrijpt het woord tuyauterie niet ? Borstel uw Frans dan wat op! Doe het snel. Het zal een goeie zaak zijn voor uw appreciatie van de belangrijkste Europese tak van de zevende kunst. Kijk daartoe eens een filmpje. Amélie, La Pianiste, Sur mes Lèvres, Huit Femmes, Petites Misères of Le Lait de la Tendresse Humaine, bijvoorbeeld. Of La Cité des Enfants Perdus, Toto, le Héros, Les Glaneurs et la Glaneuse, La Fille sur le Pont, Sous le Sable. In Brussel wel opletten of de distributeur, videoboer of DVD-verdeler de film tenminste heeft ondertiteld. En als dat niet het geval blijkt, wel, dan ga je maar naar een Vlaamse film. Want als het geen animatiefilm is, is die niet gedubd. Plus, heden ten dage bestaan er al Vlaamse thrillers, verfilmingen van Vlaamse literaire meesterwerken die niet gedateerd aandoen en heerlijke, in Nederland gedraaide 'kinder'films. En nu komt er nog een filmliefhebber en -kenner aan het hoofd van de Vlaamse zevende kunst ook. We kunnen het niet genoeg herhalen: Viva le cinéma Européen contemporain!

 

Jan Sulmont

 
Oscars 2002: vooruitblik

Het grootste Hollywood-spektakel, de uitreiking van de Academy Awards, vindt op 24 maart voor de 74e keer plaats. In meer dan 20 categorieën worden gouden beeldjes uitgereikt, en de genomineerden zijn nu al bekend. Wij overlopen ze even. Koploper is tot onze grote vreugde Lord of The Rings, die met 13 nominaties net niet gelijk komt te staan met de records van Titanic en Ben Hur. De vakkundige biografie A Beautiful Mind kreeg er 8, en de Kermis-in-Parijs-prent Moulin Rouge en Robert Altman's ensemble-film annex moordmysterie Gosford Park kregen er 7. Allemaal films die die erkenning wel waard zijn, hoewel we A Beautiful Mind wel iets te gladjes vinden. Bij de acteurs moeten we nog maar eens vaststellen dat geesteszieken, alcoholverslaafden, echt bestaande personen, en stervende hoeren goed scorende rollen zijn. Beste Film A Beautiful Mind maakt in deze categorie dus net dankzij die gladheid en overdreven sentiment het meest kans te winnen. Amerika is dol op biografieën over zieken en geniën, en met superieur acteerwerk van o.a. Russell Crowe, kan het helemaal niet meer stuk. Toch mogen we de kansen van de ultieme avonturenfilm Lord of the Rings niet onderschatten. Deze in vrijwel alle opzichten perfecte film is beslist onze nummer 1. Andere sterke tegenstanders zijn het gezinsdrama In The Bedroom (een regiedebuut), Moulin Rouge, en Gosford Park, en voor het eerst in jaren zitten er geen onvolwaardige tegenstanders in deze categorie (zoals vorig jaar bv. 'Chocolat'). De Academy maakte wat ons betreft de juiste keuze, hoewel 'The Man Who Wasn't There' en zeker 'Mulholland Dr.' evengoed in dat rijtje hadden mogen staan. Beste Regisseur A Beautiful Mind, 'Gosford Park' en 'Lord of the Rings' kregen naast een nominatie voor beste film ook nominaties voor de regie. Respectievelijk zijn dat Ron Howard (die ondanks jarenlang vakkundige en geprezen kassuccessen nu pas voor het eerst een nominatie krijgt), Robert Altman (regisseur van enkele klassiekers en op z'n 77e (!) nog steeds één van de ijverigeste en beste regisseurs van Hollwyood) en Peter Jackson (die waarschijnlijk het hardst gewerkt heeft voor de nominatie en ze dus wat ons betreft het meest verdient). Baz Luhrman (Moulin Rouge) en Todd Field ('In The Bedroom') moeten tevreden blijven met die nominatie voor Beste Film. Zij staan hun plaatsje af aan Ridley Scott (voor de oorlogsfilm 'Black Hawk Down' - de man werd vorig jaar al genomineerd voor 'Gladiator') en David Lynch ('Mulholland Dr.'). Die laatste is echt wel de vreemde eend in de bijt, want zijn mysterieuze en spannende film is allesbehalve Oscarvoer. Wij wensen hem beslist de Oscar toe, hoewel de strijd waarschijnlijk tussen Howard en Jackson zal gespeeld worden. Beste Acteur Russell Crowe slaagt er in voor de derde opeenvolgende keer in deze categorie op te duiken. Na 'The Insider' en 'Gladiator' (waarvoor hij ook won), levert hij opnieuw een indrukwekkende prestatie in A Beautiful Mind. Crowe's portret van het wiskundige maar schizofrene genie John Nash is niet geheel realistisch, maar wel knap geacteerd. Het is bovendien een rol die niet meer kon verschillen met die van Generaal Maximus in 'Gladiator, en dat benadrukt de veelzijdigheid van Crowe des te meer. Zeer waarschijnlijk zal hij voor de tweede opeenvolgende keer met de gouden kaalkop naar huis gaan, en dat deden enkel Spencer Tracy (in 1937 en 1938) en Tom Hanks (in 1993 en 1994) hem voor. Zéér merkwaardig echter, is het feit dat twee van Crowe's tegenstanders uit 1999 opnieuw zijn concurrenten zijn! Misschien is dat wel de eerste keer in de geschiedenis van de Oscars: Sean Penn, genomineerd voor zijn rol als geesteszieke (alweer één) in het melodrama 'I Am Sam', Denzel Washington voor de rol van onsympathieke, corrupte flik in 'Training Day', een film die uw K.U.T-site hélemaal niet te pruimen vond, en deze nominatie vinden we dus geheel onterecht! De overige twee nominaties zijn voor de vrij onbekende, Britse acteur Tom Wilkinson ('In The Bedroom' en ook bekend uit 'The Full Monty') en superster Will Smith. Die verdient zijn nominatie beslist, want in 'Ali' geeft hij op verbluffende wijze de gelijknamige bokslegende gestalte. Smith heeft tussen commerciële ondingen door trouwens al enkele keren bewezen over veel talent te beschikken. K.U.T hoopt dat Smith de Oscar voor Crowe kan wegkapen. Vielen jammer genoeg net uit de boot: Gene Hackman (hilarisch in 'The Royal Tenenbaums') en Billy Bob Thornton (meesterlijk in 'The Man Who Wasn't There' en naar verluidt ook in 'Monster's Ball') Beste Actrice Eindelijk mag Nicole Kidman, na gemiste kansen voor 'To Die For', 'Portrait of a Lady' en 'Eyes Wide Shut' een nominatie op haar naam schrijven. De Australische ster beleefde dan ook haar topjaar, met twee fantastische films. De nominatie kreeg ze voor Moulin Rouge, hoewel ze evenveel kans maakte met 'The Others'. Kidman is beslist onze favoriet, want in beide rollen was ze overweldigend goed. Ironisch dat ze eerst van Cruise moest afraken om kans te maken op een gouden beeldje. Maar jammer genoeg zijn haar kansen om te winnen kleiner dan die van Sissy Spacek. Die draait al enkele decennia mee in Hollywood en werd tussen '76 en '86 al 5 keer genomineerd. Nu maakt ze een schitterende come-back, met een moederrol in 'In the Bedroom', en Spacek mag al plaats vrij maken op de schoorsteenmantel, want ook Halle Berry ('Monster's Ball'), Judi Dench ('Iris') en zeker Renee Zellweger ('Bridget Jones'Diary') zullen haar die Oscar waarschijnlijk niet kunnen afpakken. Ook Zellweger's nominatie voor een flutrol in een prutsfilm kan onze goedkeuring niet krijgen. Wij hadden liever Tilda Swinton ('The Deep End') of Naomi Watts ('Mulholland Dr.') in haar plaats genomineerd gezien. Beste acteur in een bijrol Dat de Brit Jim Broadbent ('Iris', maar ook steengoed als de eigenaar van 'Moulin Rouge') er tussen zou zitten, was al te verwachten, en ook Ben Kingsley ('Sexy Beast') en Jon Voight ('Ali' en vader van Oscarwinnares Angelina Jolie) mochten hopen op een nominatie. Iets minder zeker, maar beslist zeer verheugend is de nominatie voor Ian McKellen, die in Lord of the Rings zeer overtuigend de tovenaar Gandalf speelde. En geheel onverwacht, en nog veel meer onterecht is de nominatie voor Ethan Hawke, ook al voor 'Training Day'. Hawke heeft al goeie dingen gedaan, maar dat onding was er zeker geen van! Hij steekt met deze nominatie stokken in de wielen van Steve Buscemi, een ijzersterke acteur die met zijn rol in het poëtische 'Ghost World' als kanshebber werd getipt, en Ed Harris, die in 'A Beautiful Mind' schitterend weerwerk levert aan Crowe. Waarschijnlijk wordt Broadbent de winnaar, hoewel we onze favoriet McKellen niet mogen uitsluiten. Beste actrice in een bijrol Een categorie waarvan de genomineerden al het langst vooraf te voorspellen waren, want in zowat elke prijzenslag werd hetzelfde groepje dames (terecht) genomineerd. Alle vijf zetten ze prachtige personages neer in steengoede films: Jennifer Connelly (A Beautiful Mind), Helen Mirren en Maggie Smith (Gosford Park), Marisa Tomeï (In The Bedroom) en Kate Winslet (Iris). Wij duimden eigenlijk voor Cameron Diaz, het enige positieve aan Vanilla Sky, maar de povere kwaliteit van de film heeft haar kansen doen afnemen! Zonde, want ons favoriete blondje is ook een prima actrice. Connelly zal wel winnen, maar geef die Award wat ons betreft maar aan Mirren of Smith, twee geweldige Britse actrices wiens glamour-gehalte zo laag is dat ze met het winnen van een Award de hele Academy te kakken kunnen zetten. Maar goed, Connelly is de enige van dit clubje dat nog geen Oscar won, dus we kunnen er mee leven als zij hem krijgt. Tenslotte zat ze vorig jaar ook al stralend te wezen in Requiem for a Dream, dus we gunnen haar alle roem. Voor een overzicht van de andere categorieën verwijzen we graag naar www.oscar.com, waar u nog veel meer zinnige en onzinnige zaken rond de Oscars vindt. Zo kun je alle jurken en pakken die beroemdheden droegen op vorige edities (Björk droeg vorig jaar een zwaan!) bekijken, en zelfs de evolutie van enkele actrices, wat betreft kledij en kapsels dan, bekijken. Ook krijg je de kans een oscarquiz te spelen of technische gegevens te raadplegen over het Oscarbeeldje. Toch nog enkele weetjes om af te sluiten: *Met plezier stelden we vast dat de sublieme thriller Memento ook twee nominaties in de wacht sleepte (Beste Scenario en Beste Montage). Blijkbaar krijgt onafhankelijk maar creatief talent toch soms nog aandacht in Hollywood. *De prachtige song Come What May die Nicole Kidman en Ewan McGregor brachten in Moulin Rouge, werd niet genomineerd voor Beste Song. De Academy geeft als reden dat het lied oorspronkelijk werd geschreven voor 'Romeo+Juliet', en dus niet origineel was. Jammer, want het zou ons tenminste één leuk optreden bezorgd hebben op een soms nogal vervelende avond. *Nog een primeur: Voor het eerst zijn drie van de 20 genomineerde acteurs zwart (Halle Berry, Will Smith & Denzel Washington). Nog opvallender is dat twee daarvan in dezelfde categorie zitten. Het is een triest feit dat dit nog nooit eerder gebeurde. *Een dag voor de Oscaruitreiking worden de Razzie Awards uitgereikt! Dit zijn de absolute tegenhangers van de Academy Awards en zij belonen de slechtste films en prestaties. Voornaamste genomineerden zijn Mariah Carrey, Pearl Harbour, Jennifer Lopez, Penélope Cruz, Sylvester Stallone (die al 15 jaar na elkaar genomineerd wordt!), en Planet of the Apes. Meer info: www.razzies.com *Paulinne & Paulette was de Belgische inzending voor de Beste Buitenlandse Film. De zeemzoete film werd niet gekozen. Maar ons aller lieveling, Amélie Poulain, is gelukkig wel aan boord!

 

Sven De Schutter

 
Interview met Eugenie Jansen van Tussenland

?Ik heb de acteurs het scenario nooit laten lezen? Op de slotavond van het Europees filmfestival van Brussel reikte Tony Mary, CEO van de VRT de Canvas-televisieprijs uit aan de Nederlandse Eugenie Jansen. Haar prachtige Tussenland zal later dit jaar dan ook op het net voor de meerwaardezoeker te zien zijn. Op het Flagey-podium zei u tevreden te zijn: de Canvasprijs op het Europees Filmfestival van Brussel zorgt ervoor dat uw film door een groot publiek kan worden gezien.

 

Jan Sulmont

 
Homo Criticus Criticus: K.U.T interviewt Harry Kumel

HOMO CRITICUS CRITICUS DEEL 4: HARRY KUMEL Lees ook: Deel 1: Erik Stockman (Humo) Deel 2: Jan Temmerman (De Morgen) Deel 3: Patrick Duynslaegher (Knack) Deel 4: Harry Kumel In onze niet-aflatende zoektocht naar zelfverbetering zochten we ook de criticus der homo criticus criticus op.

 

Frank Moens

 
Interview met Kornel Mundruczó van Pleasant Days

?Ik denk dat de jury een heel moedige en gedurfde beslissing heeft genomen? Smaken verschillen. Vond onze K.U.T-recensent de Hongaarse prent Pleasant Days maar niks, de festivals van Locarno (Zilveren luipaard 2002) en Brussel bedolven hem onder de prijzen.

 

Jan Sulmont

 
Interview met Jan Verheyen

Een Wansmakelijk interview: K.U.T Site sprak met Jan Verheyen naar aanleiding van de Nacht van de Wansmaak Op 27 februari gaat de nieuwste editie van de Nacht van de Wansmaak in België van start. K.U.T-Site, altijd in voor een portie leedvermaak, besloot dat het de hoogste tijd was om ?het brein? achter de wansmaak op te zoeken. Een interview met cultkenner Jan Verheyen. Meneer Verheyen, waarom begint u aan een Nacht van de Wansmaak, persoonlijke interesse? Ja tuurlijk.. Het zaad voor de Nacht...

 

Frank Moens

 
Interview met Bram Van Paesschen

Op K.U.T kon u al lezen dat het eindwerk 'Rookgordijn boven Brussel', op Het Grote Ongeduld een speciale vermelding waard vanwege Canvas, een aanrader is. Onderwerp van de 'mockumentary' is 22 mei 1967: de legendarische brand van het Brusselse warenhuis INNO. Deze kostte het leven aan meer dan 300 mensen. Daarmee is ze de meest dodelijke warenhuisbrand uit de geschiedenis van Europa. De film legt aan de hand van ooggetuigen, deskundigen en 'nooit eerder vertoonde archiefbeelden' nieuwe pistes bloot...

 

Jan Sulmont

 
Oscars 2001: vooruitblik

Naar jaarlijkse gewoonte blijkt een groot deel van de belangrijkste Oscarnominaties te bestaan uit niet echt bekende films. Althans voor de doorsnee Belg die niet meteen elke drie maanden tussen Amerika en België kan pendelen. We doen ons best om toch een keer de dingen op een rijtje te zetten. De oscar voor de beste film is zonder twijfel degene die het meeste aandacht mag krijgen. Opvallend is hier de nominatie van The Sixth Sense. Bij de K.U.T-redactieleden gaat niet iedereen akkoord met deze nominatie. Ondergetekende gaat eerder niet akkoord met de nominatie van The Green Mile. Deze film komt overigens pas op één maart in roulatie in Belgie. Over de andere genomineerden bestaat geen twijfel. Onze correspondent in Amerika wist ons te vertellen dat vooral The Cider House Rules en American Beauty de grote kanshebbers zijn. Beste regisseur dan. En ook hier weer twee verrassingen. Het leek ons onwaarschijnlijk dat Being John Malkovich op de nominatielijst voor zou komen. Niet omdat dit een slechte film is, wel omdat hij voor het Amerikaanse publiek heel ontoegankelijk is. De film was dan ook niet lang te zien in de bioscopen. The Sixth Sense zorgt wederom voor verbazing. Dat geldt trouwens voor zowat elke categorie waarin de film een nominatie kreeg. Over de nominaties van beste acteur valt niet veel te zeggen. Gelukkig is er eindelijk een keer een David Lynch (The Straight Story) bij de genomineerden. Jammer genoeg niet in de categorie waar wij hem willen zien. Grote kanshebber volgens onze plaatselijke autoriteit: Denzel Washington, hoewel The Hurricane pas een maand geleden zijn release kende. De beste mannelijke bijrol mag van ons naar Michael Caine gaan. Tom Cruise en het woord Oscar in dezelfde zin, het bekt gewoon niet lekker neem ik aan. Beste actrice dan. Slechts 1 film kent het Belgische publiek dus veel valt hier niet over te zeggen. Laten we enkel hopen dat Meryl Streep niet met de eer gaat lopen. De vrouwelijke bijrol maakt ons ook al niet veel wijzer want 3 van de 5 genomineerden zijn nobele onbekenden. Als je het zo bekijkt kunnen we er eigenlijk maar beter mee ophouden, want we hebben eigenlijk geen flauw benul van wat voor film er op de lijst van genomineerden staat. Nog eentje om het af te leren dan maar. Beste buitenlandse film. AHA, enkele bekenden. Kijk eens aan Himalaya, de film die in Gent tweemaal in de prijzen viel. Hij kreeg zowel de publieksprijs als de grote prijs van de Vlaamse gemeenschap. Maar ook Todo Sobre Mi Madre maakt kans. Dit jaar geen Belgische film bij de genomineerden, jammer want wij hoopten een beetje op Rosetta.

Lijst van de nominaties in de belangrijkste categorieën:

Beste film American Beauty The Cider House Rules The Green Mile The Insider The Sixth Sense Beste regisseur Sam Mendes voor American Beauty Spike Jonze voor Being John Malkovich Lasse Hallstrom voor The Cider House Rules Michael Mann voor The Insider M. Night Shyamalan voor The Sixth Sense Beste mannelijke acteur Russell Crowe voor The Insider Richard Farnsworth voor The Straight Story Sean Penn voor Sweet and Lowdown Kevin Spacey voor American Beauty Denzel Washington voor The Hurricane Beste mannelijke bijrol Michael Caine voor The Cider House Rules Tom Cruise voor Magnolia Michael Clarke Duncan voor The Green Mile Jude Law voor The Talented Mr. Ripley Haley Joel Osment voor The Sixth Sense Beste actrice Annette Bening voor American Beauty Janet McTeer voor Tumbleweeds Julianne Moore voor The End of the Affair Meryl Streep voor Music of the Heart Hilary Swank voor Boys Don't Cry Beste vrouwelijke bijrol Toni Collette voor The Sixth Sense Angelina Jolie voor Girl, Interrupted Catherine Keener voor Being John Malkovich Samantha Morton voor Sweet and Lowdown Chloë Sevigny voor Boys Don't Cry Beste buitenlandse film Est-ouest, Frankrijk Himalaya - l'enfance d'un chef, Nepal Solomon and Gaenor, Verenigd Koninkrijk Todo Sobre Mi Madre, Spanje Under Solen, Zweden

 

Edwin Colebunders

Pagina's

Subscribe to Kortfilm.be & Kutfilm.be RSS